>

K. en W.C. de Wit - Ingenieursbureau


Klaas (1818-1893) en Willem Christiaan de Wit (1820-1884) werden beiden geboren te Alkmaar. Hun vader, Dirk de Wit, was boekhouder. In 1832 verhuisde het gezin naar Amsterdam. Van Klaas is bekend dat hij als ingenieur in Glasgow heeft gewerkt. Engeland was destijds koploper als het om stoomtechniek ging en hij zal daar zeker veel ervaring hebben opgedaan.

Omstreeks 1870 begonnen de twee broers een ingenieursbureau aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam. Het eerste poldergemaal dat onder hun leiding werd gebouwd was dat van de Crobsche Uiterwaarden in Gelderland, voltooid in 1870. Daarna stroomden de opdrachten binnen. Alleen al in 1871 maakte het bureau W.C. en K. de Wit plannen voor vijf stoomgemalen in Noord-Holland en wel in de polders Het Grootslag (een), de Schagerkogge (een) en de Wieringerwaard (drie). Tot en met 1917 was het bedrijf betrokken bij de plaatsing van maar liefst 129 gemalen, voor het overgrote deel in de provincies Noord- en Zuid-Holland. De gebroeders De Wit accepteerden echter ook opdrachten in het buitenland. In 1880 werd bijvoorbeeld de bouw een stoomvijzelgemaal met een capaciteit van 150 kubieke meter water per minuut verzorgd te Com-el-Bous in Egypte.

Waterschappen konden met een gerust hart de bouw van een gemaal van het vooronderzoek tot en met de controle achteraf aan het bureau W.C. en K. de Wit overlaten. Dat berekende de benodigde capaciteit, adviseerde over de installaties, maakte de technische tekeningen, stelde een begroting op, legde contact met leveranciers en zorgde voor opzichters om de bouw van het gemaal en de plaatsing van de machinerie in het oog te houden. Het bureau bracht als vergoeding een percentage van de totale bouwkosten in rekening.

Nadat de gebroeders De Wit waren overleden, ging het bureau onder hun naam gewoon door. Het ging met zijn tijd mee en maakte moeiteloos de overstap van stoom- naar elektrische bemaling, die in de jaren twintig snel aan populariteit won. Een van de meest tot de verbeelding sprekende projecten uit die tijd was zonder twijfel de bouw van vier elektrische gemalen in de Schermerpolder. Deze grote Noord-Hollandse droogmakerij bleef als laatste vasthouden aan bemaling door maar liefst vijftig windmolens. Na het aflopen van de Eerste Wereldoorlog in 1918 besefte het polderbestuur dat een krachtiger en meer bedrijfszekere molenmaker langzaam maar zeker uit. In 1920 zette het bureau W.C. en K. de Wit de beste optie uit de bus. De polder ging met het bureau verder en dat begeleidde de herinrichting van de waterhuishouding van de polder in combinatie met de bouw van vier elektrische gemalen van A tot Z. De gemalen werden in 1928 in gebruik genomen en pas zeventig jaar later, in 1998, vervangen. Een van die vier, de Wilhelmina, is nu als museumgemaal ingericht.

De gebroeders De Wit en hun medewerkers waren niet alleen betrouwbare partners als het om poldertechniek ging, maar hadden ook gevoel voor esthetiek. Aan het uiterlijk van de gemalen werd steeds grote aandacht besteed. Dat resulteerde in gebouwen met een verzorgde en herkenbare architectuur. In het in 1989 door het Provinciaal Bestuur van Noord-Holland uitgebrachte onderzoeksrapport over waterstaatkundige monumenten worden de ontwerpen van het bureau W.C. en K. de Wit dan ook geroemd: "Het opmerkelijke is de coherente, sobere, maar goed doordachte vorm waarin de gemalen werden uitgevoerd. Als zodanig zijn 'De Wit gemalen' herkenbaar door een logische inrichting van de verschillende ruimtes, een bepaalde lengte en breedte verhouding, een strakke en evenwichtige geleding van de gevels die paarsgewijs (resp. voor- en achtergevel, linker- en rechterzijgevel) identiek zijn en een flauwe dakhelling."

Alweer moeten de gemalen in de Schermer speciaal worden genoemd. Met het grote overstek van de daken en de nadruk op horizontale lijnen is de architectuur van de grote gemalen Emma, Wilhelmina en Juliana duidelijk beïnvloed door het werk van de beroemde Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright.

Het is momenteel niet precies bekend wanneer het bureau W.C. en K. de Wit werd opgeheven. In ieder geval was het in 1968 nog actief. Dat het uitgebreide archief van technische tekeningen waarde had, beseften de medewerkers ten slotte goed. In de jaren vijftig van de vorige eeuw wezen zij in een circulaire de waterschappen erop dat het bureau van zeer veel gemalen tekeningen in huis had. Dat maakte het mogelijk vlot en zonder nieuwe metingen adviezen uit te brengen over verbouwingen en modernisering van de installatie.


De collectie technische tekeningen van Ingenieursbureau W.C. en K. de Wit

In de zeventiger jaren is de collectie tekeningen, zo'n 3000 in totaal, van de Gebroeders De Wit toegevoegd aan de Provinciale Atlas Noord-Holland.

De collectie omvat grotendeels gemalen uit Noord-Holland, maar ook zijn er tekeningen van gemalen, fabrieken, sluizen e.d. van andere provincies van Nederland. Meestal hanteerde het bureau een code voor de tekeningen van een bepaald object, bestaande uit twee letters, gevolgd door een romeinse nummering met tenslotte een gewone doorlopende nummering van de tekeningen binnen die codering.

Aan de gebruikte lettercodering is direct te zien om wat voor soort object het in eerste instantie ging, bijvoorbeeld VG voor een vijzelgemaal. Echter indien het gemaal gemoderniseerd werd met een centrifugaalpomp dan veranderde deze code niet, terwijl een ontwerp voor een nieuw gemaal met centrifugaalpomp de code CG kreeg. Andere codes zijn nog: S voor fabrieken en WB voor wegenbouw.

Er is een grote diversiteit aan tekeningen. Vaak zijn er prachtige presentatietekeningen te vinden in een dossier met daarop de tekeningen van de gevels van het gebouw en doorsneden en plattegronden van het gemaal. Tevens omvat de collectie blauwdrukken en calques van de technische installaties van de gemalen. Soms echter is slechts een lijn te zien waarmee de uitslag van een instrument aangegeven werd. In een aantal dossiers zijn bovendien schetsen, berekeningen en brieven aangetroffen. De omvang van de diverse dossiers varieert enorm. Er zijn objecten waarvan slechts één tekening aangetroffen is, andere dossiers bevatten evenwel meer dan honderd tekeningen.


Ordening en toegankelijkheid van de collectie

De ca. 3000 tekeningen zijn geborgen in 144 omslagen verdeelt over 61 affichemappen.

Op de omslag staat de naam vermeldt of van het gemaal, of de polder of het hoogheemraadschap waarvoor het bureau werkte.

In 2006 is de collectie gedigitaliseerd en toegankelijk via de beeldbank van het Noord-Hollands Archief.


Bron: Noord-Hollands Archief

🇳🇱    |  Links  |  Downloads  |  Contact   |  Disclaimer  |  Privacy  |  Site Map  |  Auteursrechten | Licentierecht   🇳🇱