>

Driehuizer school, honderd jaar geleden

Driehuizen in 1916, een klein dorp, verscholen in een bocht van de dijk rond de Eilandspolder. De meeste mannelijke inwoners werken als boerenwerkman, sommigen hebben een paar koeien, een tuinderijtje en/of een kleine nering. De vrouwen blijven meestal thuis, zij zorgen voor het gezin en helpen zo nodig hun echtgenoot in winkel of met agrarische activiteiten. Sommigen hebben een eigen nering, kleine verkoop aan huis en een aantal werkt als wasvrouw of werkster bij boeren in de naaste omgeving. Bij nagenoeg ieder gezin is het inkomen bescheiden, het valt niet op, iedereen is arm. Het leven in het kleine dorpje is eenvoudig, overzichtelijk en iedereen kent elkaar. Er is lief en leed. Mensen worden verliefd of juist niet, huwelijken worden gesloten en een enkele keer ontbonden. Kinderen worden geboren en dorpsgenoten overlijden. De wekelijkse kerkdienst, het verenigingsleven en natuurlijk de jaarlijkse kermis geven ritme aan het dagelijks bestaan. Voor de boodschappen hoeft men het dorp niet uit en naast de kerk en de cafés  is de school een centrale plek in het dorp. 

Driehuizen rond 1916

Driehuizen rond 1916

 

De school 

In  Driehuizen wordt al eeuwenlang onderwijs gegeven. Voor zover bekend was de school tussen 1564 en 1867 op verschillende plaatsen in het dorp gehuisvest. In 1867 wordt het toenmalige, veel te klein geworden, houten schoolgebouwtje bij de jaarlijkse inspectie door de onderwijscommissie afgekeurd. Het onderwijs is goed, maar het gebouwtje is slecht en wordt zelfs een gevaar voor de  gezondheid van de kinderen genoemd. Kortom, de school wordt afgekeurd en zonder verbetering of vernieuwing zal het onderwijs uit het dorp verdwijnen. De inwoners willen hun school echter niet kwijt en verzoeken de gemeenteraad van Zuid- en Noordschermer met spoed maatregelen te nemen. Eind 1867 besluiten Burgemeester en Wethouders een nieuwe school te bouwen. Aan de zuidkant van het dorp, later het zogenaamde “rijke end” genoemd, is een open plek. 

Archief Driehuizen 005 Noiseless

de in 1867 gebouwde school

 Tegenover de school is de pastorie. De kerk zelf staat verderop aan de noordkant, het “arme end” van het dorp. Als de kerk  in 1912 verbrandt wordt deze schuin tegenover de school, naast de pastorie, herbouwd.  

Driehuizen - Schoolfoto 1896

Schoolfoto van 1896, genomen vanuit de pastorietuin tegenover de school

 Twee maal per jaar wordt de school geïnspecteerd door burgemeester en wethouders. Vele jaren is men tevreden doch in het verslag van 1907 staat dat:  'op het onderwijs niets viel  aan te merken'. Over het gebouw is men echter minder tevreden. In het inspectierapport staat dat  'de school in Driehuizen benevens de verbeteringen welke in den loop van 1907 zijn aangebracht, over het jaar 1908  noodzakelijk nog verbetering behoeft'. Er worden maatregelen genomen. In 1910 krijgt de Driehuizer smid Brouwer de opdracht een smeedijzeren hek met poort voor de school te maken en ook wordt naast de school een opslagruimte gebouwd. Bij slecht weer dient deze tevens als  gymnastieklokaal. Het schilderwerk wordt uitgevoerd door de Driehuizer schilder annex caféhouder Hoogland. 

Driehuizen - School met smeedijzeren hek

Links: het schoolplein met smeedijzeren hek | Rechts: schilder Hoogland

Ondanks alle aangebrachte verbeteringen keurt de schoolinspectie enkele jaren later het schoolgebouw af. Het voldoet niet meer aan de eisen van de nieuwe tijd. Er wordt over vergaderd en men besluit een nieuwe school te bouwen. Maar waar? De gemeenteraad ziet meerdere geschikte locaties die echter allemaal voor en nadelen kennen. 

In Driehuizen? Dan liggen de woningen van kinderen van de Zuidervaart en Laanweg buiten de afstandsgrens zoals deze in de leerplichtwet is vastgesteld. Dichterbij de Zuidervaart en Laanweg? Dan hebben de kinderen uit de zes Schermer watermolens, de molen de Wester en de boerderij van P. Reijne aan de Oudelandsdijk een afstandsprobleem. 

Wat is wijsheid? In een gemeenteraadsvergadering wordt geopperd om de gehele bevolking te laten meespreken. Dit voorstel wordt echter verworpen en uiteindelijk besluit men om tot stemming over te gaan. De uitslag is duidelijk, de meerderheid is vóór de bouw in het dorp. De nieuwe school zal op het zelfde bouwkavel als de bestaande school worden gebouwd maar dichterbij de ringvaart . Hiermee ontstaat aan de wegkant ruimte voor een speelplaats. Uiteraard moet de bestaande school hiervoor afgebroken worden. De in 1910 gebouwde overdekte opslagruimte kan blijven staan en het reeds bestaande hek zal na de bouw worden teruggeplaatst. Verschillende architecten dienen tekeningen in en architect E. Kalverboer komt met het winnende ontwerp.  Bouwbedrijf van Latum uit Alkmaar is de laagste inschrijver en krijgt de opdracht om zo snel mogelijk met de bouw te beginnen. Uit het verslag van de gemeenteraad van 19 juli 1916 is te lezen dat die ochtend, nu 100 jaar geleden, de eerste paal, de proefpaal voor de fundering wordt geslagen.

Driehuizen - Publikatie 8-7-2016 School

Publikatie 8 juli 1916 in het kath nieuwsblad

 

De onderwijzerswoning

Ook over de onderwijzerswoning is de schoolinspectie niet tevreden. In oktober 1909 neemt de gemeenteraad reeds het besluit om in de toekomst een nieuw huis te gaan bouwen: 

'in aanmerking nemende den toestand van verzakking waarin zich de onderwijzerswoning te Driehuizen bevindt, in verband waarmede belangrijke reparatie of verbouw binnen niet al te lang tijdsverloop noodzakelijk zal worden; overwegende dat bij stichting van een nieuwe woning, met het oog op de huisvesting van het hoofd der school tijdens die stichting, het zeker  voorkeur zou verdienen op een ander dan op het bestaande terrein te bouwen; gehoord de toelichting van Burgemeester en Wethouders'. 

Er wordt besloten om voor de nieuwe onderwijzerswoning een stuk grond aan te kopen ten westen van de school. Tijdens de woningbouw zal A.C. Jonker een groot gedeelte van zijn woning aan het gezin van het hoofd der school afstaan voor fl. 4,00 per week. Als vergoeding voor het ongerief dat de hoofdonderwijzer en gezin in deze tijd ondergaan én de kosten die zij voor hun verhuizingen moeten maken  zal de familie  fl. 150,00 ontvangen, uit te betalen op het moment dat de nieuwe woning zal worden betrokken. Het schoolhoofd schrijft een dankbetuiging aan B en W voor de hem toegezegde schadeloosstelling en vraagt tegelijk om een verhoging van zijn jaarwedde. De verhoging wordt overigens niet toegekend omdat 'men de salarissen wél kan verhoogen doch niet verlagen wanneer soms de tijdsomstandigheden dit zouden eischen’.


De schoolmeester

Als honderd jaar geleden de eerste paal voor de nieuwe school wordt geslagen, is Johannes  Vermeer hoofd der Lagere School in Driehuizen. Hij is de opvolger van schoolhoofd Hendrik Hoekstra. Johannes Vermeer is geboren in 1866 en woont en werkt tot 1906 als (hoofd?)onderwijzer in Schardam. Hij leest de advertentie waarin een schoolhoofd voor Driehuizen wordt gevraagd en besluit te solliciteren. Op 1 oktober 1906 wordt zijn benoeming door burgemeester en wethouders  goedgekeurd en wordt hem tevens meegedeeld dat, boven zijn jaarwedde, ook een woning  wordt toegekend:  'het genot van vrije woning in het perceel  no. 51, wijk B, benevens dat van den bij dat perceel behorende tuin’. 

Het gezin Vermeer bestaat uit de veertig jarige Johannes, echtgenote Geertje en drie kinderen. Zij verhuizen naar het kleine dorpje aan de rand van de Eilandspolder. Johannes en Geertje Vermeer zullen hier 25 jaar blijven wonen. Na 10 jaar, in 1916 of 1917 worden zij de eerste bewoners van de nieuwe onderwijzerswoning pal naast de school. In 1919 wordt de huurwaarde van het schoolmeestershuis vastgesteld op - of  verhoogd naar - 200 gulden per jaar. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de jaarwedde. Als meester Vermeer  in 1924 vanwege ziekte van de schooljuffrouw gedurende 10 weken ook het lesgeven aan de eerste klassen op zich neemt, krijgt hij hiervoor een vergoeding van 25 gulden. Een mooi extraatje!

In diverse verslagen wordt meester Vermeer een streng doch rechtvaardig persoon genoemd en een goede onderwijzer. Natuurlijk is hij streng en eist respect en gezag, dat wordt door ouders en omgeving van hem verwacht. Ook past het bij zijn functie en tijdsgeest dat hij netjes gekleed, in pak met stropdas, voor de klas staat. Hij is als notabele betrokken bij menige vereniging in het dorp en omgeving. Zo is hij onder andere secretaris van de Wijkverpleging, lid der Commissie van Toezicht op het Lager Onderwijs, kerkvoogd der hervormde gemeente te Driehuizen en voorzitter van toneelvereniging “Nut en Genoegen”. Ook is hij ruim 25 jaar voorzitter van de afdeling Alkmaar-buiten van het Nederlands Onderwijzers Genootschap. Hij brengt zijn tijd duidelijk niet ‘in ledigheid’ door. 

In 1916, bij de bouw van de school, is mejuffrouw Alida Noordeloos uit Enkhuizen onderwijzeres van de lagere klassen. Lang blijft zij niet, in 1917 dient zij reeds haar ontslag in. Het is in die tijd niet verplicht maar wel gebruikelijk dat onderwijzeressen ontslag nemen als zij gaan trouwen. Of dit ook de reden is voor ontslag van mejuffrouw Noordeloos is niet bekend. Verschillende onderwijzeressen staan de jaren daarop voor de klas. In 1923 dient Gré Vermeer, de dochter van meester Vermeer, een verzoek in om overgeplaatst te worden van Grootschermer naar Driehuizen. Zij treedt in de voetsporen van haar vader en is in 1915 benoemd als onderwijzeres. Zij krijgt toestemming en werkt enige jaren samen met haar vader op de dorpsschool. 

Driehuizen - Schoolfoto 1924

Op de schoolfoto uit 1924 staat juffrouw Vermeer links en haar vader geheel rechts voor de school


Het onderwijs

Er is een onderwijzeres voor de eerste drie klassen en de meester staat voor de hoogste klassen. 

De kinderen worden onderwezen in het lezen, schrijven en andere nuttig gevonden vakken. Een kleuterschool is er niet, de kinderen blijven thuis tot zij zes jaar zijn. In 1901 is de leerplicht ingevoerd en volgens deze wet moeten alle kinderen van zes tot twaalf jaar een school bezoeken óf huisonderwijs krijgen. Het is niet bekend of aan een kind uit Driehuizen en omgeving huisonderwijs wordt gegeven, zeer waarschijnlijk gaan alle kinderen gewoon naar school. Zij komen zowel uit het dorp als uit de naaste omgeving. Gemeenten zijn bevoegd het grondgebied van de gemeente in schoolwijken te verdelen vanuit het belang van een doelmatige spreiding van leerlingen over de openbare scholen. Ook de scholen van Grootschermer en Driehuizen krijgen zo hun eigen wijken toebedeeld. 

Deze indeling wordt niet zondermeer door alle ouders en ook meester Vermeer geaccepteerd zoals blijkt uit diverse raadsverslagen.  Zo schrijven de bezorgde ouders Veldhuis, Schot en Rigterink, die nabij de Spaanbrug en ‘de Hut’ wonen in 1918 aan de raad dat zij protesteren tegen de nu toe geldende maatregel waardoor  'hunne kinderen gehouden zijn de O.L.School op het dorp Groot Schermer te bezoeken terwijl op korte afstand in Driehuizen de gelegenheid daartoe bestaat….. de afstand naar de school in Groot Schermer bedraagt 2400 meter, die naar de school te Driehuizen 1200, gerekend vanaf ‘de Hut’. (De Hut is een buurtschap tussen Driehuizen en de Spaanbrug.) Het lijkt een tamelijk precieze afstandsschatting. Hebben deze ouders al stappentellend de afstand berekend, of zal het toch een schatting zijn? Hoe de meting ook gedaan is, het is niet waarschijnlijk dat de burgemeester de afstand is gaan nameten. Of het verzoek van de ouders werd ingewilligd is niet in raadsverslagen terug te vinden. Misschien werd het tijdelijk toegestaan. Uit een correspondentie van enkele jaren later blijkt dat de gemeente de ‘oude’ indeling van schoolwijken (weer?) hanteert. Het buurtschap de Hut blijft hiertegen protesteren. In februari 1925 schrijft meester Vermeer namens de plaatselijke Commissie van Toezicht op het lager Onderwijs aan de raad dat ' de wenselijkheid te kennen wordt gegeven om de grens der schoolwijken Driehuizen en Grootschermer zoodanig te wijzigen dat de gezinnen van De Hut voortaan gerechtigd zouden zijn hunne kinderen te sturen naar de school te Driehuizen'. Ook in 1929 vraagt een ouder toestemming om zijn zoontje naar school in Driehuizen te laten gaan, ditmaal wordt niet de afstand als reden genoemd, maar de overblijfmogelijkheid: 'ondergetekende verzoekt hierbij beleefd vergunning om zijn zoontje, het welk hij met mei a.s. de school wilde laten bezoeken, naar Driehuizen te mogen laten gaan, zulks met het oog op de middaguren aangezien hij dan ’s middags bij mijn broeder warm eten krijgt en onder toezicht is, daar een kind van 6 jaar in zijn oog nog te jong is om 2 uur op straat te laten loopen en mocht hiervoor bezwaar wezen dan denkt hij er sterk over om nog een jaar te wachten. Hoogachtend, A. Volger'.  Waarschijnlijk liepen de meeste kinderen van buiten het dorp wel tussen de middag naar huis. 

Als in 1916 de oude school wordt afgebroken en de nieuwe nog gebouwd moet worden krijgen de leerlingen les in de kerk. In ruil voor deze gunst van het kerkbestuur is overeengekomen dat het kerkhof op kosten van de gemeente zal worden opgehoogd. De kosten hiervoor worden geraamd op fl. 100. 

Ook honderd jaar geleden moet er jaarlijks een leerplan worden ingediend. Het lesrooster van toen geeft inzicht in de vakken die worden onderwezen en de uren die er aan worden besteed. De meisjes krijgen bijvoorbeeld 25 uur les en de jongens 22 uur. Dit verschil wordt verooorzaakt door de lessen in nuttige handwerken die alleen door meisjes worden gevolgd. Dit betekent overigens niet dat de jongens vrij zijn, zij worden geacht zelfstandig stille werkzaamheden te verrichten, in het lesplan beschreven als cijferen, tekenen, schrijven. De schooltijden zijn van 9-12 uur en van 1-3 uur. Bij gunstig weer hebben de jongste leerlingen in de ochtend een buitenpauze. Na schooltijd spelen  de kinderen in het dorp. Populaire spelletjes zijn bijvoorbeeld knikkeren, bikkelen, tikkertje, rennen achter de hoepel of te kijken wie het verst kan steltlopen.

Driehuizen Kinderen in 1916

Kinderen rond 1916, spelend in de dorpsstraat. De school staat tegenover de kerk

 

Welke lessen krijgen de kinderen honderd jaar geleden?

Het onderwijzen in lezen en schrijven wordt gezien als de belangrijkste taak van de leerkracht. Het zijn de eerste verplichte leervakken volgens de nieuwe schoolwet. In het leerplan van meester Vermeer begint het taalonderwijs met aanschouwings- en spreekonderwijs, vertellen, leren van versjes en het zuiver en nauwkeurig schrijven.  Vanaf het 3e jaar worden ook opstellen en dictees gemaakt. In het leerplan worden de leesboekjes “Dicht bij Huis” en “Nog bij Moeder “van J. Ligthart en H. Scheepstra genoemd. Het bekende Aap, Noot, Mies leesplankje wordt later in de tijd in Driehuizen geïntroduceerd. 

                                 

Het schrijfonderwijs geschiedt in de eerste twee leerjaren uitsluitend op de lei. Het schrijven op papier begint in het derde jaar, met potlood. In de hogere klassen wordt ook met inkt geschreven. Met kroontjespen, inktpot en de onmisbare inktlap. 

Het rekenen begint in de 1e klas. Het kennen van de tafels van 1 tot 10 is zeer belangrijk. De hoogste klassen leren het rekenen met gewichten, munten, procenten, ruimte maten en winst en verliesrekeningen. Als leermiddelen dienen onder andere het telraam, en legstokjes.

Driehuizen - School - Lesmateriaal 2

Rekenboek dat wordt genoemd  in het leerplan van meester Vermeer

                                 

Aardrijkskunde begint in de 3e klas met kennis over de naaste omgeving. Het 4e leerjaar uitgebreid tot de provincie Noord-Holland. In de 5e klas volgt  heel Nederland en in de hoogst klas worden verschillende landen van Europa en de Nederlandsche kolonie Oost-Indie behandeld. 

Geschiedenisles is voor de hoogste klassen met veel  aandacht voor het memoriseren van jaartallen. Door de kinderen ervaren als het eindeloos opdreunen van rijtjes die later tot op hoge leeftijd zonder haperen gereproduceerd kunnen worden. In de zesde klas worden de staatsinstellingen behandeld.

De meisjes krijgen veel schooluren les in het vak Nuttige Handwerken, een vak dat behoort tot de taak van de schooljuffrouw. In de 1e klas leren zij de grondbeginselen van het breien, in het 2e leerjaar het breien van kousen ‘op 4 pennen’. Het derde jaar leren de inmiddels achten negen jarige meisjes het breien van de borstrok. 

Driehuizen - School - Gebreidee kous

                         

Het 4e en 5e schooljaar worden de beginselen van naaien geoefend evenals het verstellen. Het laatste schooljaar volgt het naaien van huishoudgoed en eenvoudige kledingstukken en het verstellen van breiwerken. De kennis die werd opgedaan met de nuttige handwerklessen zal thuis waarschijnlijk direct toegepast zijn. Gebreide kousen en sokken sleten snel in de houten klompen en menig schoolmeisje moest, vóór zij mocht spelen, eerst een aantal pennen breien.

De lagere klassen leren zingen op gehoor, de hogere klassen het zingen op noten. Zij moeten hiervoor oefenen in het herkennen en beheersen van intervallen, rusttekens en sleutels. Er wordt door meester Vermeer veel gebruik gemaakt van het boekje 'De Zingende Kinderwereld'. Driehuizen is honderd jaar geleden een dorp waarin het vooral stil is, radio en grammofoon zijn nog een schaars artikel . Als in de zomer de ramen van de klassen open staan zal menig Driehuizer bewoner hebben genoten van de kinderstemmen.

Driehuizen - School - Zingende Kinderwereld

 

In het leerplan staat ook het vak Kennis der Natuur. Het  wordt alleen in de hogere klassen onderwezen. Eerst leren de kinderen over planten en dieren uit naaste omgeving en later ook die van  de Nederlandsche koloniën. Maar ook de werking van werktuigen, uitzettingen van materialen, de barometer, zuig - en perspomp, brandspuit, soortelijk gewicht, areometer, verdamping en koking, balans en magneten staan in het leerplan. Of deze kennis is bedoeld voor jongens én meisjes staat niet vermeld. Misschien worden de lessen in dierenbescherming en verzorging van het lichaam meer als nuttige kennis voor de meisjes gezien, maar het leerplan spreekt niet van een scheiding in lessen aan jongens en meisjes.

Bij handtekenen ligt de nadruk op het leren natekenen van vormen zoals bijvoorbeeld vierkanten en  driehoeken. Dit vak wordt gegeven aan leerlingen vanaf de  4e klas. Na het natekenen wordt geoefend in het tekenen van loodlijnen, waterpaslijnen, lijnen onder een hoek van 45 graden en projecties van eenvoudige voorwerpen waarin cirkels en vrijgebogen lijnen voorkomen. In de hoogste klas wordt onderwezen in perpectivistische verschijnselen. Ook wordt het tekenen van planten, dieren en gebouwen uit het hoofd geoefend. Of de kinderen in de laagste klassen ook wel eens mogen tekenen wordt in het leerplan niet vermeld.


Herhalingsonderwijs

Dit onderwijs is bestemd voor leerlingen die na het lager onderwijs niet naar een vervolgschool in de stad gaan. In 1906 besluit B en W  dat ook in Driehuizen Herhalings Onderwijs zal worden gegeven. Jaarlijks maken slechts enkele Driehuizer kinderen hier gebruik van. Het is niet gratis en daarmee voor meester Vermeer een welkome aanvulling op zijn salaris. De deelname is vrijwillig, de schoolwet schrijft voor dat kinderen alleen tot en met twaalf jaar leerplichtig zijn. Dankzij het verslag over de cursus 1915-1916, dat meester Vermeer naar het college van Burgemeester en stuurt, weten we nu, honderd jaar later iets meer over de inhoud van dit onderwijs. 


Aan  Het College van Burgemeester en Weth. Van Zuid– en Noord-Schermer

Verslag over het Herhalings Onderwijs te Driehuizen, gedurende den cursus 1915-1916 volgens de verordering op het Herhalings Onderwijs.

Het onderwijs op de herhalingsschool ving aan op 5 October 1915 en eindigde den 8e Februari  1916, na 50 lessen, ieder van 2 uren.

De lessen begonnen met 4 leerlingen en eindigden met 3 leerlingen. Aan het onderwijs namen deel: Grietje Wester, Gerrit Nool, Dirk de Heer en Jan de Heer.

Alle lessen werden trouw bijgewoond door G.Wester.  D. de Heer en J. de Heer verzuimden 18 lessen, Gerrit Nool bezocht van de 34 lessen vóór 1 Januari er slechts 10 en kwam na genoemde datum niet terug.  De oorzaak van het te groot verzuim der beide leerlingen de Heer was vooral deze, dat op eene der lesavonden tegelijk godsdienstonderwijs werd gegeven, waaraan door hen werd deelgenomen.

Over het gedrag der leerlingen viel niet te klagen. De aanleg en in verband daarmede, de vorderingen der leerlingen, liepen zeer uiteen, waardoor het niet mogelijk was, ze gelijktijdig onderwijs te geven in rekenen, maar daarvoor 3 klassen te vormen, terwijl bij het onderwijs in Nederansche Taal rekening moest gehouden worden met de omstandigheid daar eene der leerlingen de cursus voor de 2e maal volgde. In hoofdzaken werd behandeld, wat het leerplan dienaangaande van de verschillende leervakken bepaalt.

Nederlansche Taal

Iedere week werd een dictee opgegeven, om het zuivere schrijven onzer taal te bevorderen. De resultaten waren slechts van 1 leerling zeer goed, van de overige slecht of nauwelijks voldoende.

Van eene der leerlingen, die nooit de 6e klasse had doorloopen, verwonderde hem dat niet, maar van 2 anderen, die elders het onderwijs voldoende hadden gevolgd, was die achterlijkheid verbazingwekkend, daar in hoogst eenvoudige woordvormen zelfs  fouten werden gemaakt.

Voor de opstellen over eenvoudige onderwerpen geldt dezelfde opmerking. Met het schrijven van brieven, briefkaarten, postwissels, nota’s, adreskaarten, kwitanties, convocaties was het iets beter gesteld. Verder werden ook adressen, circulaires, borgtochten, schuldbekentenissen, getuigschriften, publicaties, volmachten enz. behandeld. Bij het einde van den cursus kon voor Taal éénmaal het cijfer 8 en tweemaal het cijfer 5 worden toegekend.

Lezen

De lesstof had hoofdzakelijk de strekking uitbreiding van kennis over onderwerpen op aardrijkskundig gebied en ontwikkeling van het gevoel voor het redelijk schoone en goede in het karakter. De vaardigheid in het technisch lezen was bij eene der leerlingen zeer goed, bij een andere voldoende, bij een derde even voldoende. De inhoud van het gelezene werd over het algemeen goed verstaan. De toegekende cijfers waren 9-6 en 5.

Rekenen

Met de jongens werden behandeld de oppervlakken van rechthoeken, driehoeken, trapezium, scheefhoeken, veelhoeken en cirkels; de inhoudsberekening, de percent, de winst– en verliesrekening. Tal van vraagstukken aan he dagelijksch leven ontleend werden gemaakt, ook vraagstukken over de Rijkspostspaarbank, Personeele belasting, Fransch, Engelsch en Duitsch geld.

Bovendien werden eenige lessen besteed aan het inrichten van eene eenvoudige administratie, Weckboekje voor het huishouden, Dagboek en Kasboek. Het uit het hoofd rekenen liet bij ene der leerlingen veel te wenschen over. Het schriftelijk rekenen gaf iets betere uitkomsten.

De toegekende cijfers voor dit vak waren  9-6-5.

Kennis der Natuur

Behandeld werden: Enkele gassen: stikstof, zuurstof, koolzuur, waterstof, waterdamp in verband met de ademhaling en de verbranding. De lichaamswarmte, de warmtebronnen, de uitstraling van warmte, de kleeding. De aarappel als volksvoedsel en de fabricatie van aardappelmeel, stroop, stijfsel. De eischen van goed drinkwater en de zindelijkheid op spijzen en dranken en op ons lichaam, in verband met de reiniging en de strijd tegen zieken. Het behandelde werd gewoonlijk schriftelijk gereproduceerden zoo doenlijk door eenvoudige proeven toegelicht. De resultaten waren in cijfers: 7-6-6.

Geschiedenis

Bij dit vak werden behandeld: Ons Vorstenhuis, de Grondwet, de Ministers, de Raad van State, de Staten-Generaal, het bestuur der gemeente, de gemeente-ambtenaren, gem. belastingen, Burgerlijken Stand, Mandaten, enz. Het tot stand komen van wetten en enkele rechten der Tweede Kamer, de Burgemeester, de Commissaris. Over het algemeen kan ondergetekende, evenmin als andere jaren, constateren , dat er groote animo bij de leerlingen voor dit vak bestaat. De leerstof is niet bijzonder boeiend en ligt ook wel wat buiten hun “kring”. Er blijft dan ook weinig van hangen.

De toegekende cijfers waren: 7-5 ½ -5.

De lessen werden door geene autoriteiten bezocht.

Bij het einde van dit verslag meent ondergetekende er nogmaals op te moeten wijzen, dat zoo dit eenigszins mogelijk is, die leerlingen behooren te worden geweerd, welke geen voldoende lager onderwijs hebben ontvangen. Hunne aanwezigheid werkt vertragend op de vorderingen der anderen, die in betere condities verkeeren.


Aldus opgemaakt door het hoofd der L.S. te Driehuizen, den 10 Februari 1916

J. Vermeer


Vakanties en Schoolfeesten 

(tekst met toestemming deels overgenomen uit: Thuis in Driehuizen van Tanja Schermerhorn en Noor Ney)

In ieder schooljaar, dat loopt van 1 mei tot 30 april, zijn er vier vakanties  'vacantiën' genoemd. Zo staat in het lesprogramma dat de  '1e Vacantie van Goeden Vrijdag  tot en met den Maandag ná Paschen; de 2e Vacantie Van den laatsten Zaterdag in Juli tot en met den Maandag, 2 weken daarna; de 3e Vacantie De 3 kermisdagen en de 4e Vacantie Van 24 December tot 3 Januari  is. Op den tweeden Pinksterdag en den Hemelvaartsdag wordt geen school gehouden'. 

De meeste kinderen brengen de vrije dagen en vakantietijd in het dorp en omgeving door. De wereld daarbuiten is voor de Driehuizer kinderen vooral groot en onbekend. Maar minstens één keer per jaar wordt een gezamenlijke reis ondernomen. Het schoolreisje, in die tijd schoolfeest genoemd. Hiervoor is een heuse commissie aangesteld die zich uitsluitend bezig houdt met het organiseren van dit feest. Want een feest is het zeker. Voor de meeste kinderen de enige keer dat zij buiten het dorp en de Schermer komen en dat geldt overigens ook voor veel van de volwassen begeleiders. Op de foto’s van de schoolreisjes staan standaard veel volwassenen, meest mannen. De hoogste klassen gaan naar Artis, de jonge kinderen gaan bij mooi weer naar zee en bij slecht weer naar de duinen. Het zijn dagen waar de kinderen zich al weken van tevoren op verheugen. Zo’n gebeurtenis!

Per stoomboot naar Artis, met de koetsier naar zee 

In 1920 wordt de vergadering van de feestcommissie in het huis van kruidenier Jaap Ouweltjes gehouden. Men besluit om naar Artis te gaan. De commissie bespreekt het programma en de kosten. Om voor het schoolfeest de benodigde financiën bij elkaar te krijgen hebben twee dames uit het dorp een collecte gehouden, er is fl. 165,85 opgehaald. Als blijkt dat er een kastekort is van ruim vijf gulden wordt dit door de commissieleden uit eigen zak aangevuld. Op 9 juli is het zo ver. De drie hoogste klassen gaan per rijtuig naar Akersloot. De koetsiers zijn de heren (meester) Vermeer, Maderom en Hoogland. Van daaruit gaat men per stoomboot van de rederij Alkmaar Packet naar Amsterdam, het gezelschap reist eerste klas. Bij het Centraal Station staat de, speciaal voor deze dag door de feestcommissie afgehuurde, elektrische tram al klaar voor een retourtje Artis. Het toegangskaartje voor Artis kost een kwartje en een ijswafel drie cent. Totaal kost het reisje fl. 108,44. Om kosten te besparen wordt eten en drinken door de begeleiders meegenomen, alles ingekocht bij middenstanders in Driehuizen. De 70 krentenbroodjes bij bakker Weijman, 60 witte broodjes bij bakker Vries, 1 pond runderrookvleesch bij kruidenier Honig, een Edammerkaas, een kilo roomboter en een half blik biscuit bij Kieft en omdat het een feestdag is ook nog 60 Kwattarepen en een kilo sinaasappelzuurtjes bij kruidenier Vink. Met de spreiding van inkoop worden alle winkeliers te vriend gehouden en zo verdienen zij ook nog iets aan het schoolfeestje. 

Driehuizen - Kruidenier Vink

Links kruidenier Vink en rechts, verscholen achter de bomen, bakkerij Weijman

 

Voor het reisje van de laagste klassen blijft dit jaar nog 77 gulden over. Genoeg voor een reis met paard en wagen naar Bergen-Binnen en Egmond aan Zee. In totaal gaan er tweeëndertig kinderen en zes begeleiders mee, verdeeld over acht rijtuigen. Koetsiers zijn de heren Spaan, Ackerman, Lakeman, Gerritsen, De Boer, Over, Vries en Ploeger. Meester Vermeer gaat mee als begeleider/schoolhoofd. Ook voor deze reis worden de nodige etenswaren in het eigen dorp gekocht. Als drank wordt dertig liter afgekoelde melk meegenomen van boer Groot uit Driehuizen. 

Voor het eerst met de auto

Drie jaar later, in 1923, gaan de vier hoogste klassen voor het eerst met auto’s op schoolreisje. Driehuizer bodedienst Ide Honig en de heer Kieft rijden de auto’s. Uiteraard weer naar Artis. Tijdens de biologielessen zal meester Vermeer weinig moeite hebben om uit te leggen hoe een olifant of tijger er uit ziet. De jongste kinderen gaan wederom met rijtuigen naar Bergen. Opvallend is dat er voor deze reis ook honderd sigaren worden meegenomen, à 8 cent per stuk. Was de kas dat jaar extra gevuld? Het is duidelijk, de heren van de feestcommissie en waarschijnlijk ook meester Vermeer zelf houden wel van een sigaartje en het is tenslotte een feestdag. De schooljuffrouw is Gré Vermeer, dochter van Johannes Vermeer  Zij vervangt juffrouw de Zoete die door langdurige ziekte voorlopig niet voor de klas  kan staan. 

Driehuizen - Schoolreisje 1923

Schoolreisje 1923, derde vrouw van rechts is juffrouw Vermeer, meester Vermeer staat geheel links

 

Afscheid van de schoolmeester in 1931 en 1940

Driehuizen - School - 1931 Afscheid meester Vermeer

1930, de laatste schoolfoto met meester Vermeer

 

In 1931 wordt meester Vermeer 65 jaar en dient per 1 mei zijn onslag in. Bijna 25 jaar is hij in het dorp hoofdonderwijzer geweest en verlangt naar een rustiger leven. Zijn onslagaanvraag wordt ingewilligd. Op 28 maart 1931 staat in het raadsverslag van de gemeente: ‘op voorstel van B. en W. werd op diens verzoek eervol ontslag verleend, met dank voor de langdurige en gewichtige diensten als zoodanig bewezen, aan den heer J.Vermeer, als hoofd der O.L. school te Driehuizen. Mede geschiedde zulks ten aanzien van diens functien als lid der commissie van scholverzuim en der plaatselijke schoolcommissie. Een en ander met ingang van 1 mei'. Het ontslag betekent wel dat het echtpaar de onderwijzerswoning moet verlaten. Het door Vermeer destijds bij de ambtswoning gebouwde schuurtje zal voor fl. 35 worden overgenomen door de gemeente. Het valt nog niet mee om een opvolger te vinden zoals blijkt uit het krantenbericht van 8 april 1931:

Driehuizen - 1931 - Vacature School

 

Er wordt een afscheid georganiseerd waarbij ook mevrouw Vermeer niet wordt vergeten. Eind april 1931 vindt een kleine plechtigheid plaats in de school. De burgemeester spreekt lovende woorden over de inzet en kundigheid van het schoolhoofd en dankt, mede namens het gemeentebestuur, voor de wijze waarop hij vele generaties van leerlingen heeft onderwezen en opgevoed tot 'nuttige en goede leden der maatschappij' en voor alles wat hij daarnaast voor de gemeenschap heeft gedaan. Geroerd dankt Johannes Vermeer voor de hem gebrachte hulde. Vervolgens begeeft het gezelschap zich naar de onderwijzerswoning voor een drankje en hapje. Er worden nog veel hartelijke woorden gewisseld, ongetwijfeld gepaard gaande met de nodige jenever  en  veel sigarenrook. In de middag komen de 42 huidige- en een aantal oud leerlingen hun leermeester hulde brengen. Onder leiding van onderwijzeres juffrouw Veenenga worden stukjes opgevoerd. 

Tot slot, zo staat op 5 mei in de krant, krijgt het echtpaar 'een schitterende lamp en van de oud-leerlingen een even keurig tafelkleed aangeboden, alles bestemd voor de nieuwe woning, die het echtpaar straks te Alkmaar hoopt te betrekken. Het was ongetwifeld een welverdiende eeredag voor het verdienstelijke schoolhoofd en nog vaak zullen zijn gedachten gaarne terugkeeren naar het kleine, maar vriendelijke Driehuizen.' 

En nog is het feest niet ten einde. Op zaterdagmiddag rijdt een autobus met leden van het bekende Alkmaarshe muziekcorps “Solo Deo Gloria” Driehuizen in. Zij stellen zich met hun muziekinstrumenten in rijen op en opwekkende muziek spelend marcheren zij door het dorp naar de onderwijzerswoning. Johannes Vermeer en echtgenote zijn trouwe donateurs van dit muziekcorps en zeer blij verrast met het onverwachte bezoek. Onder grote belangstelling van het gehele dorp worden vervolgens twee nummers koraalmuziek gespeeld. Daarna marcheert men naar het welbekende café De Vriendschap om vervolgens, na de nodige consumpties en in jolige stemming, weer met de bus terug te keren.  Johannes en echtgenote verhuizen naar Alkmaar. Helaas overlijdt Gerritje Vermeer reeds enkele jaren later en na een lang ziekbed, op 28 april 1940, ook Johannes. Ongetwijfeld zullen een aantal  oud-leerlingen de  begrafenis van hun oude schoolmeester hebben bijgewoond.


Honderd jaar later, de school in 2016

Zowel de school als de onderwijzerswoningstaan, uiteraard aangepast aan de moderne tijd, nog op dezelfde plek in het dorp. In 1975 vindt er grondige verbouwing plaats en met de invoering van de wet op het basisonderwijs in 1985 krijgen ook de kleuters een plek. De school krijgt een nieuwe naam: basisschool de Overhael. 

In 2001 wordt de school te klein en voldoet niet meer aan de geldende eisen van de tijd. Eind 2002 wordt een aanvang gemaakt met een grote renovatie en uitbreiding met een derde lokaal. Op vrijdag 16 mei 2003 is de officiële opening. Door een onverwacht grote toename van het aantal leerlingen in de volgende jaren blijkt ook een vierde lokaal noodzakelijk. Opnieuw volgt een (interne) verbouwing en in oktober 2014 wordt het bovenlokaal in gebruik genomen. Het resultaat is een honderd jaar oud gebouw dat na alle verbouwingen en aanpassingen in 2016 een schitterende, moderne en goed uitgeruste school herbergt die voldoet aan de eisen van de tijd.  

De school heeft  vier groepen en met acht leerkrachten (deels parttime). Op het schoolplein spelen de kinderen en de kastanjebomen bieden schaduw op warme zomerdagen. Het hoepelen is verdwenen maar ieder voorjaar breekt net als honderd jaar geleden de knikkertijd weer aan In de opslagruimte staan de stelten klaar om net als de kinderen in 1916 weer een wedstrijd te doen wie het verst kan steltlopen. 

Gymnastieklessen worden nu in de kerk of op het Klavertjesveld gegeven. Het huidige schoolhoofd woont niet meer in de onderwijzerswoning, daar wonen Jan en Ineke Hoekstra. Jan Hoekstra was tot 2011 hoofdonderwijzer van de Driehuizer school. Na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd kreeg hij toestemming van de gemeente om in de onderwijzerswoning te blijven wonen. 

Niet langer bepaalt de gemeente naar welke school de kinderen moeten gaan. Een deel van de huidige leerlingen woont nog steeds in het dorp en nabije omgeving, er is echter ook al jaren een toename van leerlingen uit verder weg gelegen dorpen. Toen meester Johannes Vermeer in 1931 afscheid nam, telde de school 42 leerlingen, nu beweegt het aantal zich reeds jarenlang rond de 80. De schoolfeestjes worden nu schoolreisjes genoemd en zijn nog altijd een jaarlijks feest voor de leerlingen. Niet meer met paard en wagen en ook niet meer standaard naar Artis. Het onderwijs heeft zich, net als het schoolgebouw, aangepast aan de huidige tijd. Het vak Nuttige Handwerken is verdwenen. En toch, op een mooie lentedag, als de kastanjebomen op het schoolplein staan te bloeien en tijdens de zangles de kinderliedjes door de open ramen hoorbaar zijn, is er in het nog altijd kleine en stille Driehuizen niet veel fantasie voor nodig om even honderd jaar terug te gaan in de tijd. 

Cora Ney-Bruin


Dit artikel werd reeds gepubliceerd in “De Kroniek” van de OHV-Het Schermer Eiland en is met toestemming hier geplaatst.

🇳🇱  © JOIR Design - 2006 - 2018  |  Links  |  Downloads  |  Contact  |  Site Map  |  Disclaimer  |  Privacy  | Licentierechten  🇳🇱