>

De Spaanbrug

Next

De Spaanbrug verbindt de Menningweerpolder met de Schermer

 Bruggen over de ringvaart

Nadat het grote Schermeer is drooggemalen, houdt een ringvaart het oude en nieuwe land gescheiden. Bruggen moeten het oude Schermereiland en de nieuwe Schermerpolder gaan verbinden. 

De bedijkers van de polder stellen  strenge eisen aan de bruggen, ook als deze door particulier initiatief tot stand komen: ‘dat alle brugghen soo ghemeen als particulier, sullen gheleyt werden, op alsulcke wyte ende hoochte als by Dyck-graef ende Heemraden sal werden verordonneert ende anders niet’ .

Op aandringen van het dorp Schermerhorn worden dit zonder uitzondering valbruggen (ophaalbruggen). Verder neemt men de nodige maatregelen om te bereiken dat kleine bootjes ook bij ongeopende brug kunnen passeren:  ‘dat men tot het maken van de bruggen zal stellen zeker peil, zulks men deselve wel zal hoger en niet lager leggen’  . De bedijkers voelen zich echter niet verantwoordelijk voor  aansluitende wegen naar de bruggen op het oude land. 

 

Op  een kaart, in 1635 getekend door Pieter Wils, zijn vier bruggen tussen laanweg en Driehuizen  getekend waarvan één bij het buurtschap Wout-huysen en één bij het buurtschap De Laen. Het is twijfelachtig of deze bruggen daadwerkelijk zijn gebouwd. Op kaarten van later datum staan ze niet getekend en ook in oude documenten worden ze niet vermeld. 

kadasterkaart 1811-1832

 Ook op de kadasterkaart van 1811-1832 is er geen brug over de ringvaart. Wel staan bij het voormalig buurtschap De Laen twee stolpboerderijen getekend, eigendom van Pieter de Geus en  Pieter Hoogland. Pas als deze  boerderijen later eigendom worden van de families Veldhuis en Spaan begint de geschiedenis van de Spaanbrug.

De Spaanbrug

De boerderijden die verbonden zijn met de Spaanbrug. Rechts op de foto de stolp van Spaan, links Veldhuis

 

In 1858 wordt de familie Spaan, komende uit de Heerhugowaard, ingeschreven als nieuwe bewoner van de Menningweer en enige tijd later, exacte datum is onbekend,  ook de familie Veldhuis. Beide families zullen generaties lang op deze plek aan de Menningweerdijkweg  (later Kleine Dijk genoemd) blijven wonen. De boerderijen liggen eenzaam aan een doodlopend, smal en onverhard pad. Natuurlijk zijn er wel contacten met buurtbewoners  en dorpen maar deze zijn, anders dan lopend, moeilijk over de weg bereikbaar. Het leven speelt zich voornamelijk in en rond het bedrijf af. Men woont en werkt, vaak met grote gezinnen en meerdere generaties samen, onder hetzelfde dak. De zorg voor huishouden, vee, land, moestuin, boomgaard is tijdrovend, alles is handwerk. Het duurt nog vele jaren voor mechanisatie zijn intrede zal doen. De kinderen lopen naar school  in Grootschermer of Driehuizen en zodra ze groot genoeg zijn helpen ze mee in huis en met het bedrijf. Melk wordt op de boerderij verwerkt tot boter en kaas, producten die door de boer of een tussenhandelaar, naar de markt worden gebracht. Goederen worden per boot aangevoerd of opgehaald met paard en wagen. Zo ongeveer zal het ook het leven bij de families Spaan en Veldhuis zijn geweest.  Maar als de laatste decennia van de 19e eeuw overal kleine zuivelfabrieken worden opgericht, verandert de productie en verdere distributie van de zuivelproducten. In 1888 wordt aan de Zuidervaart zuivelfabriek “De Eendracht” opgericht en de boeren die zich hierbij aansluiten brengen hun melk dagelijks met paard en kar in zware ijzeren bussen naar de fabriek. 

De (on)begaanbaarheid van de Menningweerdijkweg is al jaren een probleem voor de boeren aan de Menningweerdijkweg en misschien is het dagelijkse vervoer van melkbussen voor Klaas Spaan de “druppel die de emmer doet overlopen”.  Hij heeft er genoeg van en besluit een brug over de ringvaart te bouwen. Spaan vraagt toestemming aan het Hoogheemraadschap en het polderbestuur van Schermer en Eilandspolder. Eén brief is bewaard gebleven, helaas niet gedateerd maar gezien de plaats in het archief moet het  rond 1890 zijn geweest: 

Geeft met verschuldigden eerbied te kennen Kaas Spaan, landman, wonende in de gemeente Zuid en noordSchermer in Menningweer aan den dijk tegenover den Oostdijk van de Schermeer dat hij niet dan bezwaarlijk met rijtuig van zijne woning kan afkomen en daarom te rade is geworden eene brug over den ringsloot aan de Schermeer te leggen waartoe hij besloten is ende verginning heeft gevraagd en bekomen van Dijkgraaf en Heemraden Zoo wel van de Schermeer als van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland; dat hij die brug geheel voor zijne rekening wil doen maken en onderhouden, maar om daartoe te kunnen overgaan ook de vergunning behoeft van Weledelachtbaren voor zoo veel aangaat het stellen van fundamenten voor die brug aan den Menningweerdijk  deshalve hij zich tot Uedele Achtbaren wendt met beleefd verzoek om hem het leggen het hoofd dier brug aan den Menningweersdijk wel te willen toestaan.

De toestemming  wordt verleend en de brug gebouwd, breed genoeg voor paard en wagen en hoog genoeg om vaartuigen niet te hinderen. Heeft Dirk Veldhuis  bij de bouw geholpen? Hierover zijn geen gegevens bekend, maar waarschijnlijk wel want als buurtbewoners de brug gaan gebruiken en hiervoor tol moeten betalen wordt de opbrengst (vanaf het begin of later?) tussen beide families gedeeld. De Spaanbrug is particulier bezit en zal nog vele jaren met verschillende eigenaren van de boerderijen verbonden blijven.

Eigenaren van de Spaanbrug 

Familie Spaan

Zoals op veel boerderijen wonen ook bij Klaas en Gerritje Spaan verschillende generaties bij elkaar. Traditiegetrouw wordt  één van de zoons opvolger van het bedrijf en bij de familie Spaan is dit zoon Cornelis (Cor),  geboren in 1859 en gehuwd met Marrijtje Smit. In de tijd dat de Spaanbrug wordt gebouwd woont hij met vrouw en gezin bij vader en moeder in de boerderij. Op zijn beurt wordt hij opgevolgd door zoon Jacob Spaan. Als op een noodlottige dag in december 1907 de boerderij door hooibroei in vlammen opgaat woont Jacob met echtgenote Trijntje en gezin in de boerderij. Vader en zoon werken samen maar Cor woont naast de boerderij, in een huis met kleine stal, tegenover de Spaanbrug. Zodra  de brand wordt ontdekt proberen Cor, Jacob en de buren zoveel mogelijk vee te redden maar door het heftige vuur lukt dit maar ten dele. Zestien koeien en de twee varkens  komen in de vlammen om.  Vijfentwintig koeien en de drie paarden worden wel tijdig losgemaakt en gered. Het waait die winterdag erg hard en door de gunstige windrichting wordt de zeer nabij gelegen boerderij van Veldhuis gespaard. Achteraf lijkt dit een klein wonder want de boerderijen staan zo dicht op elkaar dat er slechts een steeg van 1 meter breed tussen past. De stolp van Spaan wordt zo snel mogelijk op dezelfde plek, maar kleiner dan de oude stolp, weer opgebouwd. Cor Spaan blijft in zijn eigen huis naast de boerderij wonen tot hij in 1932 overlijdt.

Familie Veldhuis

Ook Dirk en Elisabeth Veldhuis hebben opvolgers, zoons Klaas (geboren 1885) en Piet (1892) nemen de boerderij over en blijven met echtgenoten Neeltje en Elisabeth  in de boerderij wonen. Beiden hebben twee kinderen dus in de kleine woonruimte zal het een drukke bedoening zijn geweest. 

De boerderij van Veldhuis

 

De zoon van Piet Veldhuis, naar zijn grootvader Dirk genoemd, neemt de boerderij van oom en vader over. Dirk Veldhuis en echtgenote Trien krijgen en zoon en een dochter die geen van beide het bedrijf overnemen. Als Dirk en Trien in 1984 vertrekken is de boerderij in slechte staat. In 1987 kopen dochter Rina en echtgenoot Frans  de stolp die zij in 1988 slopen.  Op het erf bouwen zij een woonhuis. 

Familie van Dam

In 1931 verkoopt Cor Spaan zijn boerderij en brug aan Petrus (Piet) en Catherina (Trien) van Dam. Zij krijgen  tien kinderen en nummer vijf, zoon Laurens (Lau) , is de opvolger en blijft, samen met zijn vrouw Tinie, op de boerderij wonen. De eerste jaren woont het jonge stel samen met de (schoon)ouders en nog thuiswonende broers en zussen. Tinie en Lau krijgen zes kinderen die geen van allen het bedrijf overnemen.

De boerderij van van Dam in 2005

 

Als zij naar Alkmaar verhuizen wordt de boerderij verkocht en gesloopt. De nieuwe eigenaar bouwt op dezelfde plek een nieuwe woonstolp.

De Tolbrug

Ook de buurtbewoners willen graag gebruik maken van de nieuwe, korte brugverbinding met de Schermer. Dit mag van de eigenaren, maar wel tegen een kleine vergoeding.  Spaan en Veldhuis plaatsen een hek voor de brug. Wie er door wil moet eerst betalen. Het tolgeld blijkt geen belemmering voor de buurtbewoners, zo blijkt uit een brief die J. Dekker  namens 23 bewoners van de Menningweer in 1905 aan het polderbestuur schrijft.  De Menningweerdijkweg is nog steeds zeer moeilijk begaanbaar:

 “Zooals de toestand daar thans is, is het onhoudbaar, en het algemeen belang vordert dat daarin verandering kome. Vroeger was dit stukje weg voor enkele een overweg, maar nu de brug van C.Spaan (tegen billijke vergoeding) voor het publiek is opengestelt, wordt bovenvermelden stukje weg meer en meer een publieke verkeersweg voor inwoners van deze polder, en door het veelvuldige gebruikt wordt de toestand al treuriger, waardoor die er niet buiten kunnen er haast meer door kunnen”. 

Op het dijkje staan nu twee hekken. Het eerste houdt het vee tegen en het tweede, op het toegangsweggetje naar de brug, is het tolhek. De boerderij van Spaan staat het dichtst bij de hekken. Als men in huis hoort dat het eerste hek wordt geopend,  gaat één van de gezinsleden met de sleutel naar het tolhek. Vanaf de brug komend geven passanten met een bel naast het hek aan dat zij erdoor willen.  Maar veel werk geeft de tolbrug niet, de meeste passanten zijn bewoners uit de Menningweer die een vast bedrag per jaar betalen en vaak een eigen sleutel hebben. Het tolgeld is bestemd voor onderhoud van de brug. Een enkele keer leidt de tol tot klachten. Zo vindt de nieuwe postbode uit Grootschermer dat hij uit hoofde van zijn functie recht heeft op vrije doorgang, hij wil niet per keer of een vast bedrag per jaar betalen. Spaan en Velhuis zien echter geen reden om voor de postbode een uitzondering te maken waarna deze zijn beklag doet bij het kantoor der Posterijen in Alkmaar. Deze neemt zijn klacht serieus, betwijfelt de legitimiteit van de tolheffing en vraagt in juli 1923 per brief aan de Burgemeester van Noord en Zuidschermer: 

…..of inderdaad de brug over de Ringvaart Tusschen Driehuizen en Laanweg particulier eigendom is en of de bezitter het recht heeft den toegang over die brug af te sluiten en zoo ja, van het recht van overgang een tol te heffen ….

De burgemeester buigt zich over de kwestie en erkent dat het inderdaad een onduidelijke kwestie is omdat de brug volgens de ligger der wegen te beschouwen is als openbaar. 

(Een wegenligger of legger is een verzameling kaarten waarin vermeld staat wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van een weg en ook of het een openbare weg is. De ligger wordt opgesteld door het college van B en W en vervolgens vastgesteld door de Gedeputeerde Staten)

Dus alhoewel de status van de brug in 1923 volgens de ligger openbaar is, mogen Veldhuis en Spaan van de gemeente toch hun tol blijven heffen omdat de gemeente de brug, gezien de historie, als particulier beschouwt. Maar de burgemeester heeft ook begrip voor de postbode: 

“Mocht de postbode bemoeilijkt worden in het gebruik van het kunstwerk, dan vervoege hij zich bij mij, opdat ik tegen den eigenaar maatregelen kunne nemen”

De correspondentie eindigt hiermee, waarschijnlijk gaat de postbode voortaan zonder te betalen over de brug, of het postkantoor in Alkmaar een vast jaarbedrag voor hem betaalt, of Veldhuis en Spaan afzien van tolgeld is niet bekend. Om problemen rond de onduidelijkheid over het tol heffen verder te voorkomen verzoekt de gemeente de Provinciale Staten om de brug van de wegenligger af te voeren. Na een uitgebreide correspondentie tussen Haarlem en het gemeentebestuur en een persoonlijke toelichting van drie raadsleden op het Provinciehuis in Haarlem, wordt de Spaanbrug definitief “van de ligger” afgevoerd. Het is en blijft nu voor iedereen duidelijk dat het een particuliere tolbrug is

De herziene kadasterkaart waarin wordt aangegeven dat de Spaanbrug van de “ligger” wordt afgevoerd

  

De brug is niet geschikt voor zwaar verkeer, als Klaas Spaan zijn brug bouwt is het gewicht dat een paard met een kar kan trekken maatgevend. Halverwege de 20e eeuw neemt het aantal (vracht)auto’s in snel tempo toe en krijgt de Spaanbrug het zwaar. Vooral als in de oorlogstijd turf wordt gestoken op het land van Gorsseling  in de Wouthuijsen en volgeladen vrachtwagens over de tolbrug rijden. Van Dam en Veldhuis horen het kraken van de brug met zorg aan en verbieden al snel volgeladen vrachtwagens gebruik te maken van de brug, alleen voor lege auto’s  gaat het hek nog open. 


Herinneringen aan de tolbrug

 Lau van Dam, eigenaar: 

“De brug was van buurman Veldhuis en van ons. Op het pad van de dijk naar de Spaanbrug stond een hek. Ik kan me niet anders herinneren dan dat het  hek daar stond, afgesloten met een slot. Wij woonden dichter bij het tolhek dan Veldhuis dus meestal hielden wij het in de gaten. Buurtbewoners betaalden 1 x per jaar een vast bedrag, dat was 10 gulden, hoeveel dat in de tijd van Spaan was weet ik niet. De meesten met een abonnement  kregen zelf een sleutel, anderen betaalden per keer. We moesten de brug ook onderhouden en soms kwamen er klachten van de buren dat ze wel tolgeld moesten betalen maar dat we het onderhoud niet goed deden, maar we hebben er nooit echt problemen mee gehad hoor. Maar ze hadden ook wel gelijk want vooral de brugpalen werden  wel heel slecht, dat zagen wij ook wel. Wij waren thuis met tien kinderen en een gegeven moment mochten we soms zelf het tolgeld houden. Dus dat  was hard rennen naar het hek om maar als eerste aan te komen. Ik bleef op de boerderij wonen en toen ik  in 1958 met Tinie trouwde bleven we inwonen. Mijn moeder overleed in 1961 en toen mijn vader in 1963 naar Alkmaar verhuisde namen we de boerderij en natuurlijk ook de brug over. Het tolhek hebben we een gegeven moment open gezet, het slot ging eraf en iedereen kon er zo door. Ik weet niet meer precies wanneer dat was, later hebben we het hek helemaal weggehaald. Het was trouwens wel een tamelijk brede brug want je kon erover met paard en wagen over en ook met een auto. Maar de brug was daar eigenlijk te slecht voor. We vernieuwden wel planken op de brug, anders werd het gevaarlijk voor het paard, maar nooit de palen. De gemeente heeft een gegeven moment  een waarschuwingsbord geplaatst dat het op passeren van de brug op eigen risico was,eigenlijk mochten we er niemand meer over laten gaan”. 


Piet van Dam, broer van Lau en geboren in 1942:

Ik ben de jongste van de tien kinderen en in 1967 uit de boerderij vertrokken. Lau en Tinie deden toen al het boerenbedrijf. Ik weet niet anders dan dat de brug daar lag. Ik kan me het tolhek ook nog heel goed herinneren, ben er als kind ook vaak naar toe gerend. Vanuit de Menningweer moesten ze eerst door het hek dat er stond om de koeien tegen te houden dus als je dat hek hoorde  opengaan en dan wist je al dat er iemand aankwam die ook de brug over wilde dus dan ging je al. Het was altijd wel spannend wie er aankwam. Als ze van de Schermer kwamen dan moesten ze soms even wachten voor we er waren om open te doen, en eerst betalen natuurlijk. Ik weet er niet van dat we zelf het geld mochten houden, volgens mij heb ik het altijd ingeleverd, dat ging in een speciaal potje en werd gedeeld met Veldhuis. Een enkele keer stonden er  mensen die heel verbaasd waren dat het een tolbrug was, ik weet nog wel dat er bij waren die weigerden te betalen en dan weer teruggingen. Maar goed dat gebeurde niet vaak want er waren maar weinig toeristen in die tijd. Het waren bijna altijd brommers, fietsen of lopers die erover gingen. Een heel enkele keer een auto. Als ik me goed herinner stond er ook een bord met tarieven. Een auto was duurder dan een brommer of een fiets. Of daar nog verschil tussen was weet ik niet meer. Wij brachten zelf twee keer per dag met paard en kar de melkbussen over de brug, net als buurman Veldhuis. Die van ons gingen naar De Prinses in Ursem en van Veldhuis naar Neerlandia. Buurman Kregel  bracht zijn melk altijd met een karretje over de brug, hij had maar een paar koetjes dus dat was niet zo veel. Als in een droge zomer de regenput leeg raakte dan kregen we de bussen gevuld met water terug van de fabriek, dat was mooi want we hadden natuurlijk geen waterleiding. Later, toen de dijk verbeterd was, werden de bussen thuis opgehaald. Maar de brug werd wel steeds slechter, vooral de palen die in het water stonden waren natuurlijk al oud en hadden soms nogal te lijden van de bietenschuit. Die haalde bieten op vanuit de Schermer, hij meerde af bij de bietensteiger tussen de brug en de Laanweg. Die bieten gingen naar de suikerfabriek in Halfweg. Op de terugweg nam hij natte bietenpulp mee, dat bestelden we bij de suikerfabriek en gebruikten we voor veevoer. Maar zonder pulp was de lege bietenschuit moeilijker te besturen en als er dan harde wind stond voer hij nogal eens tegen de palen van de brug. Soms kon hij leeg ook nauwelijks onder de brug door, vooral als het water in de ringvaart hoog stond. Dan liep de schuit vast tegen de brug. Ook niet best natuurlijk. Een gegeven moment verdween de tol, ik denk dat het eind jaren ’50 of wat later was. Het hek stond open en iedereen kon over de brug.

 

Bets Schot, bewoonster van de Kleine Dijk: 

“Ik ging voor het eerst in 1958 naar de Kleine Dijk, naar het huis waar Jo Schot woonde. Ik kwam op de fiets en ging over de Spaanbrug, maar toen kon ik plotseling niet verder. Er stond een hek,  net over de brug. Uit de boerderij die links van de brug stond kwam iemand aan en die zei dat ik eerst 5 cent  moest betalen anders ging het hek niet open. Nou, daar stond ik dan, daar had Jo me niets over verteld maar goed, ik betaalde want ik wilde er toch door. Toen ik bij Jo kwam en het vertelde werd hij kwaad, hij vond dat ik helemaal niet moest betalen want de familie Schot betaalde jaarlijks al een vast bedrag. En ik hoorde nu toch ook bij de familie, als verloofde van Jo. Vanaf die dag moest ik bij het hek  wel altijd even zeggen wie ik was en dat ik naar Jo Schot ging maar hoefde ik niet meer te betalen. Gelukkig maar want je moest niet alleen heen maar ook terug weer betalen. Na een paar jaar, ik denk ergens begin jaren ’60 , ging het slot er af en nog later was ook het hek verdwenen, gesloopt denk ik. De brug werd wel steeds slechter en daar klaagden we als buren over.  Het waren prima buren hoor, maar ze deden er weinig aan, behalve misschien eens een enkel plankie vernieuwen. Toen onze zoons iedere dag over de Spaanbrug naar Alkmaar fietsten vond ik het wel eens angstig worden, zo slecht was die brug. Vooral de palen die in het water stonden, je zag gewoon dat ze helemaal verrot waren. Als het hard stormde dacht ik wel een nou waait die brug om. Dat er nooit een paard en wagen of auto door is gezakt is nog een wonder. Het duurde veel te lang voor er eindelijk eens een andere brug werd gebouwd. Eerst kwam er nog een noodbrug maar dat was maar kort”.


Dick de Geus, bewoner van de Oostdijk: 

Ik ben van 1939 en ik weet nog heel goed dat het tolhek er stond, het was een hoog hek met een slot eraan aan de Menningweerkant op het toegangsweggetje. De brug was hoger dan die van Driehuizen want de bietenboot had altijd veel moeite met die van Driehuizen maar kon meestal wel onder de Spaanbrug door. Ik heb zelf nooit tol betaald, Ik denk omdat een paar zoons, Kees, Lau, Piet en ook nog Martien vaak als knecht bij ons op de boerderij werkten  en Alie, één van de dochters, werkte bij ons als dienstmeisje. Maar ze waren voor anderen wel streng hoor. Ik weet nog dat ik een keer op de Spaanbrug stond, ik denk dat ik een jaar of 15 was toen er twee mensen op de fiets vanuit de Menningweer kwamen. Ze wilden de brug over maar toen ze moesten betalen keerden ze om, terug naar Driehuizen, ze gingen er niet over. Ik geloof dat ze 5 cent of zo moesten betalen. Als je er vaak gebruik van maakte kon je ook 10 gulden per jaar betalen. De bakkers van Driehuizen, Wijman en Vries bezorgen in de Menningweer én aan de Oostdijk. Die moesten ook tol betalen. Het was armoe-troef in die tijd dus die 10 gulden was best veel geld. Waarschijnlijk was het gewoon een kwajongens streek maar op een gegeven moment lag het hek in de ringsloot. Van Dam en Veldhuis hebben het er weer uitgevist en op zijn plek gezet. Ik denk dat het begin ’60 was dat er geen tol meer werd betaald, welk jaar dat precies was weet ik niet meer.


Kees van Dam, zoon van Lau en Tinie 

Ik kan me niet veel meer herinneren van de tolbrug. Ik weet nog vaag dat mijn vader 1 x per jaar de Oostdijk en de Kleine dijk langs ging om “tolgeld” op te halen. De brug zelf herinner ik me natuurlijk wel goed. Die was in die tijd in de wijde omgeving bekend, of  berucht kun je beter zeggen, vanwege de slechte staat van onderhoud. Aan beide kanten stond een bord met “betreden op eigen risico”. De palen waren op de waterlijn al voor de helft weggerot. Toen ik in Alkmaar op de MTS zat stelde mijn waterbouwleraar de Spaanbrug als voorbeeld voor wat er op de waterlijn kan gebeuren als je hout op die plek niet conserveert. Hij had het wel over onze brug!


De  oude Spaanbrug

De slechte staat van de brug is niet alleen bekend bij de gebruikers, maar ook bij het gemeentebestuur. Er wordt regelmatig over vergaderd en al in 1963 besluit de raad dat de brug afsluiten en afbreken  geen optie is omdat  men inziet dat de brug wel degelijk in een behoefte voorziet. Veel schoolkinderen vanuit de richting Grootschermer fietsen dagelijks over de brug naar Alkmaar. Maar er moet wel iets gedaan worden voor er ongelukken gebeuren. Er wordt een bord bij de brug te geplaatst dat passeren “voor eigen risico” is, maar verder verandert er niets. Er gaan enige jaren voorbij waarin sommige waaghalzen het als een uitdaging zien om toch met een auto over de gammele brug te gaan. Uit de herinnering van Klaas Ney:

Ik denk dat het midden jaren ‘70 was dat ik met onze  rode lelijke eend over de Spaanbrug ging, op weg naar de familie Bentinck. Vond dat de brug er nog redelijk uitzag, ik bedoel, er zaten geen gaten in of zo en er waren wel meer auto’s  die er over reden. Ja, er stond wel een waarschuwingsbord maar ik vond het wel spannend en het is altijd goed afgelopen. Volgens mij is er nooit iemand doorgezakt dus viel het nog wel mee.

 

De oude brug in 1977, foto Arie Barendregt. Rechts de twee stolpen


Er zakt inderdaad niemand door de brug, maar wordt wel steeds gevaarlijker. Buurtbewoners maken zich ernstig zorgen en dringen er herhaaldelijk bij de gemeente op aan om de brug over te nemen en te herstellen. De gemeente ziet op tegen de kosten en de situatie blijft ongewijzigd tot in 1977 een inspraakprocedure wordt gestart over de toekomst van de Spaanbrug. De algemene conclusie is dat de brug behouden dient te blijven.  Lau van Dam en Dirk Veldhuis, nog altijd eigenaren van de brug,  geven duidelijk aan dat zij financieel niet in staat zijn de brug voldoende te herstellen. Maar niets doen is ook geen optie meer. Het is nu de vraag of het  eigendom en onderhoud  wordt overgenomen door het waterschap of de gemeente en ook  wie een nieuwe brug moet betalen. Er volgt een spoedoverleg met Arie Barendregt, de dijkgraaf van het waterschap Het Lange Rond. De burgemeester krijgt advies om de Spaanbrug op te nemen in het plan voor de ruilverkaveling en via die weg een subsidie aan te vragen. Vanuit financieel oogpunt een slim plan, maar ruilverkaveling is een proces van lange adem en de buurtbewoners vrezen dat het zo nog jaren gaat duren voor er werkelijk iets gedaan wordt aan de steeds gevaarlijk wordende brug. Zo  schrijft de heer Bulsink in 1980 uit hoofde van zijn functie als medewerker technische dienst  van het waterschap: 

“de brug verkeert momenteel in een zéér gevaarlijke en gammele toestand zodat het m.i. gewenst is dat de brug gesloopt dan wel volledig afgesloten wordt voordat er eventuele ongelukken gebeuren”. 

De gemeenteraad voorziet nu ongelukken of andere problemen en schrijft de families van Dam en Veldhuis een brief: 

“het is onverantwoord de brug tot dat tijdstip (de uitvoering van de ruilverkaveling)te blijven gebruiken, omdat daar risico’s aan verbonden zijn. Het is zelfs de vraag, of de bordjes die er nu staan met het opschrift “voor eigen risico” wel alle verantwoordelijkheid van U als eigenaren uitsluiten” . 

 

De brug moet nu echt op korte termijn, ook voor wandelaars en fietsers, worden afgesloten. De bewoners van de Menningweer zijn het niet eens met dit besluit en schrijven in augustus 1980 een brief, ondertekend door drieëndertig bewoners,  aan de raadsleden waarin zij aangeven geen jaren te willen wachten op een nieuwe brug. Zij eisen herstel of vernieuwing van de Spaanbrug op korte termijn: 

“Afsluiten zou voor het toch al geïsoleerde gedeelte van de gemeente onaanvaardbare consequenties hebben. De vrij zware fietstocht voor onze in Alkmaar schoolgaande kinderen zou ca. 1½ x zo lang worden en de mogelijkheid om Alkmaar met openbaar vervoer te bereiken zou praktisch komen te vervallen door het onbereikbaar worden van de NZH-bushalte aan de Oostdijk”.

De gemeenteraad antwoordt  dat zij begrip heeft voor hun situatie maar, gezien de kosten, met de bouw van een nieuwe brug toch echt wil wachten op subsidie van de ruilverkaveling. Om de bewoners tegemoet te komen wordt wel een werkgroep samengesteld bestaande uit : namens de gemeenteraad de heren U.W. Bentinck en J. ten Wolde, namens het waterschap de heer W. Schermerhorn, namens de eigenaren de heer L. van Dam en namens de technische dienst de her P. Nieuweboer. Deze commissie  onderzoekt  wat op korte termijn mogelijk is en komt al snel met het voorstel een tijdelijke noodbrug voor  fietsers en voetgangers te maken. Een definitieve nieuwe Spaanbrug kan dan later, met subsidie van de ruilverkaveling, gebouwd worden. Het zal een smalle fietsbrug worden, paard en wagen en auto’s kunnen er niet overheen.


De noodbrug

 

De firma Woestenburg uit de Rijp stuurt 1 december 1980 een offerte voor het aanbrengen van een noodbrug voor ƒ 2,950,00 deze kan met spoed geplaatst worden, ten noorden van de Spaanbrug vanaf de bietensteiger aan de Schermerkant tot achter de boerderij van Veldhuis. Het Lange Rond wil het dijklichaam waar de noodbrug op aansluit kopen van Veldhuis en van Dam die op hun beurt de opbrengst hiervan inbrengen als aandeel in de kosten. De heren van Dam, Veldhuis, Bentinck en Oldenbroek  worden tijdelijk eigenaar van de noodbrug.

 

Het Lange Rond heeft de algehele technische leiding bij de bouw en om kosten te sparen worden waar mogelijk de voorbereidende werkzaamheden door de belanghebbenden en eigenaren van de bestaande Spaanbrug uitgevoerd. Het waterschap stelt ook nog enig materiaal beschikbaar. De overige kosten worden gedeeld tussen gemeente en waterschap .  Men verwacht dat de noodbrug ongeveer vijf jaar dienst moet doen. Het Hoogheemraadschap geeft toestemming op voorwaarde dat de oude Spaanbrug op korte termijn wordt gesloopt. Deze eis valt niet in goede aarde bij de tijdelijke eigenaren, die willen, om kosten te sparen, het slopen liever combineren met het aanleggen van de definitieve nieuwe Spaanbrug waarmee in 1982 zal worden begonnen. De totale kosten voor de plaatsing van de noodbrug vallen mee, ƒ 1.718,25. 

De noodbrug, vanaf de Oostdijk naar de boerderij van Veldhuis

 

De nieuwe Spaanbrug

Ingenieursbureau Oranjewoud BV maakt de tekening voor de fietsbrug,  vergunningen worden aangevraagd en verleend en, eerder dan gepland, wordt in oktober 1982 de nieuwe Spaanbrug definitief opgenomen in de ruilverkaveling van de Eilandspolder. 

Tekening nieuwe Spaanbrug

 

Hiermee worden de  kosten voor 75% door het rijk betaald, het “Fonds fietspadenplan provincie Noord-Holland” geeft een  bijdrage van ƒ 1.640,30 en de gemeente Schermer staat garant voor de overige kosten. Het beheer en onderhoud wordt voorlopig toegewezen aan het waterschap “Het Lange Rond”.  Alsof er plotseling een stroomversnelling door de ringvaart gaat kan al op 29 november 1982 de eerste paal voor de nieuwe Spaanbrug worden geslagen door de voorzitter van de Plaatselijke Commissie Ruilverkaveling Eilandspolder, dhr W. Schermerhorn. Als het werk in 1983 klaar is wordt de noodbrug voor ƒ 5.50,00 op kosten van de gemeente en het waterschap gesloopt door de firma’s Woestenburg en Bergsma. 

De nieuwe Spaanbrug 1985

 

De kosten voor de nieuwe, sterke Spaanbrug, hoog genoeg voor het vaarverkeer en breed genoeg voor fietsers en wandelaars bedragen ƒ 91.128,15. Dankzij de subsidies vallen de kosten voor de gemeente erg mee, maar het is duidelijk dat dit bedrag nooit opgebracht had kunnen worden door de families Veldhuis en van Dam. Het is nu een openbare brug, eigendom van - en in onderhoud bij – het waterschap Het Lange Rond dat in 2002 onderdeel wordt van  het HHNK (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier).

De brug is door zijn naam en geschiedenis lang verbonden geweest met de twee boerderijen en  families die erin woonden. Met de nieuwe Spaanbrug is die band voorgoed verbroken. De boerenbedrijven zijn verdwenen, de families overleden of verhuisd. Weinigen herinneren zich nog dat het ooit een tolbrug was, breed genoeg voor kleine vrachtauto’s. Maar “rondje Spaanbrug” is een begrip, het is een geliefd ommetje voor buurtbewoners en recreanten  en als de Driehuizer IJsclub in de zomer haar traditionele brug-tot-brug marathon organiseert is hier de startplek en de Driehuizer brug het einddoel.

 

 Nog altijd is het de plek waar scholieren vanuit de Menningweer op elkaar  wachten om gezamenlijk  naar Alkmaar te fietsen.  Fier en met spierwitte leuning blijft de brug  van Spaan hopelijk nog heel lang het oude land van de Menningweer met de Schermer verbinden.

Auteur: Cora Ney-Bruin

Met dank aan Diederik Aten, Martien en Lau van Dam, Kees van Dam, Bets Schot, Dick de Geus, Klaas Ney

Bronnen

  • R.A.A. Alkmaar; 
  • OHV archief Sip Kregel
  • Fotomateriaal: OHV en Arie Barendregt

Dit artikel werd reeds gepubliceerd in “De Kroniek” van de OHV-Het Schermer Eiland en is met toestemming hier geplaatst.



🇳🇱  © JOIR Design - 2006 - 2018  |  Links  |  Downloads  |  Contact  |  Site Map  |  Disclaimer  |  Privacy  | Licentierechten  🇳🇱