>

Organisatie en Structuur

Previous




HET BESTUUR

Het algemeen bestuur kiest uit haar leden een aantal heemraden (soms hoogheemraden genoemd) om zitting te nemen in het dagelijks bestuur. Dit college van dijkgraaf en heemraden is te vergelijken met het college van burgermeester en wethouders bij een gemeente, al is een waterschapsbestuur monistisch terwijl een gemeentebestuur inmiddels dualistisch functioneert. De dijkgraaf is voorzitter van zowel het algemeen als het dagelijks bestuur en wordt door de Kroon benoemd voor een periode van zes jaar.

Het algemeen bestuur wordt gekozen voor een periode van vier jaar door middel van de waterschapsverkiezingen. Daarbij werd tot 2004 niet op partijen gestemd maar op individuele personen. Bij de waterschapsverkiezingen in november 2008 werd onder de nieuwe Waterschapswet voor het eerst een lijstenstelsel gehanteerd. Anders dan bij de andere verkiezingen (Rijk, provincie, gemeente, Europa) gingen kiezers voor deze verkiezingen niet naar een stembureau, maar werd per post gestemd.

De bestuurlijke en financiële structuur van het waterschap is van oorsprong vastgesteld volgens het beginsel belang-betaling-zeggenschap. Volgens dit beginsel wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën belanghebbenden. In het gebied van het waterschap bevinden zich categorieën die meer belang hebben bij de taken van het waterschap dan andere categorieën. Verwacht kan worden dat een akkerbouwer meer afhankelijk is van het waterpeil dan iemand die alleen in het gebied van het waterschap woont, maar daar geen eigen huis of land bezit. Volgens het beginsel belang-betaling-zeggenschap betaalt een categorie die een verhoudingsgewijs groter belang bij de taken van het waterschap heeft ook een groter bedrag aan het waterschap. Deze hogere betaling leidt op zijn beurt weer tot een grotere zeggenschap in het waterschapsbestuur. Dus hoe groter het belang, hoe groter de betaling en ook hoe groter de zeggenschap.

De invoering van de categorie ingezetenen in het algemeen bestuur doet recht aan dit principe: de lasten van het waterschap zijn verhoudingsgewijs vooral sterk op het stedelijk gebied (ingezetenen, woningbezitters, bedrijven) komen te liggen. Dat laat onverlet dat de besturen nog altijd relatief veel agrarische vertegenwoordigers hebben.

De Nederlandse water- en hoogheemraadschappen zijn verenigd in een koepelorganisatie, de Unie van Waterschappen.

DE TAKEN

De volgende taken worden tot de taken van waterschappen gerekend: de waterkeringszorg, het waterkwantiteitsbeheer en het waterkwaliteitsbeheer. Daarnaast kunnen om redenen van doelmatigheid ook andere taken aan het waterschap worden toevertrouwd. Voorbeelden daarvan zijn wegenbeheer en vaarwegenbeheer. Dit zijn taken die in principe algemene democratische overheidslichamen zoals gemeenten of provincies toebehoren. Reden hiervoor is dat in zeer sterke mate ‘bovenwaterschappelijke belangen’ bij deze taak zijn betrokken.

Op het gebied van wegen gaat het wel om de wegen en fietspaden buiten de bebouwde kom, dus tussen gemeenten in. Over het algemeen lopen deze wegen door polders en afgelegen gebieden. Ook zorgt het waterschap bij deze wegen voor onderhoud van de wegen, maar ook van de bermen langs de wegen.

Op het beleidsterrein van het waterschap kan het algemeen bestuur algemeen verbindende voorschriften vaststellen (verordeningen, 'keuren'). Sommige besluiten behoeven de goedkeuring van de provincie (voorafgaand toezicht), ook kunnen reeds genomen besluiten onder bepaalde omstandigheden door de provincie worden geschorst of vernietigd (toezicht achteraf). Waterschappen worden ingesteld of opgeheven bij provinciale verordening.

Bronvermelding : Wikipedia


🇳🇱  © JOIR Design - 2006 - 2017  |  Links  |  Downloads  |  Contact  |  Site Map  |  Disclaimer  |  Privacy  | Licentierechten  🇳🇱