>

Graft

Aantal inwoners: 810


Het dorp Graft behoort tot de oudste nederzettingen op het voormalige Schermereiland, dat gesitueerd was tussen het Schermeer, het Beemstermeer en het Starnmeer. Het oudste document waarin Graft wordt genoemd, wordt door historici gedateerd tussen 1100 en 1120 en betreft bezittingen van de abdij van Egmond.


De naam Graft is afgeleid van het woord 'gracht' en betekende oorspronkelijk "gegraven waterloop". Zeer waarschijnlijk is het de thans nog ten westen van het dorp gelegen brede vaarsloot (thans Meersloot) geweest die als naamgever heeft gefungeerd.

Het noordoostelijk deel van het Schermereiland is het oudste ontgonnen gebied dat met dijkjes min of meer werd afgeschermd van de rest van het eiland en als "Binnenmaden" in exploitatie werd genomen, voor landbouw en veeteelt. Op één van die vroege dijkfragmenten is de nederzetting Graft ontstaan en naderhand verder uitgegroeid tot het belangrijkste dorp in dit gebied.

Het genoemde dijkfragment liep van zuid naar noord. Op het noordelijk einde is de buurtschap "Noordeinde van Graft" (thans Noordeinde) ontstaan. Tussen Graft en het Noordeinde lag toen nog het Sapmeer, ten westen van het bedoelde dijkje, als een inliggende plas in het Schermereiland. Ook het Noordeindermeer en het Zuideindermeer waren zulke – maar grotere – inliggende plassen.

Ook kreeg het dorp Graft na verloop van tijd een oostwaartse uitbreiding, die aanvankelijk het "Oosteinde van Graft" werd genoemd.

Het ontwikkelde zich op en langs het zuidelijke dijkje van de Binnenmaden en de daarnaast gelegen oeversloot, als een dorp met eigen karakter. Die oeversloot was een belangrijke vaarweg voor vissers uit Graft, die op het Beemstermeer gingen vissen. Echter, om daar te kunnen komen, moesten ze met hun boten halverwege de oeversloot een overhaal of overtoom passeren. Een afscheiding tussen het hogere waterpeil van het Beemstermeer en het lagere waterpeil in de sloten op het omdijkte Schermereiland.

Mogelijk is dat, om die lastige hindernis te omzeilen, oorzaak geweest dat het "Oosteinde van Graft" verder, oostwaarts van de overtoom, uitgroeide tot het dorp Rijp, waarvan de naam is afgeleid van het latijnse Ripa (oever). In de loop der tijd is die naam door het spraakgebruik veranderd in "De Rijp".

Het dorp Graft is dus ouder dan De Rijp.

De Beemster is overigens één van de polders die door J.A. Leeghwater is droog gemalen. Leeghwater was Rijper van geboorte.
Zo in de 17e eeuw behoorde het dorp Graft tot één van de grootste plattelandsgemeenten van Noord-Holland. Graft met omringende dorpen had een inwonertal van 3.000 inwoners. Er waren toen 2 dorpen die groter waren n.l. Zaandam en Amstelveen.

Zo ongeveer de helft van de beroepsbevolking verdiende hun brood op het water. De Rijp en Graft kenden in de middeleeuwen grote bloei door haringvangst en walvisvaart. Ook nu nog zijn er veel herinneringen aan die glorietijd.

Wie niet op zee zijn brood verdiende, deed dat op de boerderij of in een van de hennepmolens of in de lijnbaan, waar het touw voor de schepen werd gemaakt. Graft was indertijd een belangrijk centrum voor vlasverwerking voor de scheepstouw en vissersnetten. Die schepen, zgn. fluytschepen –een driemaster bark met platte achterkant, die bemand kon worden met kanonnen en zo oorlogsschepen werden- werden voor de walvisvaart gebruikt. Ze gingen overal heen, o.a. Groenland, Spitsbergen en de Jan Mayen-eilanden. De haringbuizen gingen naar de Noordzeegronden om de haringen te vangen.

Graft, hoewel nog altijd hoofddorp, krijgt moeilijkheden met die Rijpers. De belangen botsen nogal eens. De Rijp groeide langzamerhand ook uit tot een flinke plaats en vele vissers en handelslui hebben zich daar bij de vissershaven gevestigd. De boeren blijven voornamelijk in Graft en als de schepenen van Graft de buren oproepen om buurtspraak te houden, doen de Rijpers alsof hun neuzen bloeden.

De Grafters schrijven zelfs een brief naar Philips II in Brussel om zich te beklagen. Op 20 juli 1565 komt er van hem een brief waarin hij het een en andere regelt, zoals een opkomstplicht voor de vroedschappen (Raad van 24 personen) en bij niet verschijnen, kan men rekenen op 4 stuivers boete. Maar het blijft rommelen tussen de twee dorpen. Op de Grafterbaan, de verbinding tussen De Rijp en Graft, wordt heel wat afgevochten.
In 1600 proberen de Rijpers via een brief aan de Staten van Noord-Holland los te komen van Graft. De Staten installeren na het horen van de dorpers een bestuur en de akte wordt in 1605 door niemand minder dan Johan van Oldenbarneveldt ondertekend.

Maar nog hebben de heren van de Staten geen rust als de twee dorpen nu weer ruzie maken over de plaats van het raadhuis. De Staten schrijven een brief en zijn woedend, het gedonder moet nu maar eens uit zijn en het raadhuis moet op de grens van de twee dorpen te worden gebouwd.

In 1607 ondertekent Johan van Oldenbarneveldt dan toch de akte van scheiding. Voortaan waren Graft en Rijp (nog zonder "De") zelfstandige communiteiten met elk hun eigen vroedschap

Graft had natuurlijk een onderkomen nodig voor de bestuurders van het dorp en zo werd de bouw van het raadhuis in 1611 gestart. De opdracht luidde: 'Bouw ons een raadhuis sierlijk van vorm en rijk, dat de welstand van de gemeente verkondigt en dat zijn weerga niet kent in de Hollandse steden en dorpen en dat de burgers van de omringende plaatsen groen en geel van afgunst doet worden'. En dat gold natuurlijk in de eerste plaats voor De Rijp!

En zo wordt tijdens een vergadering op 26 januari 1614 het raadhuis in gebruik genomen. Wie de ontwerper is geweest weet men niet, maar men denkt dat het een leerling is geweest van Lieven de Key of van Hendrick de Keyser, twee befaamde bouwers.

In de 18e eeuw is er een eerste restauratie geweest, maar dat was zeker geen succes. In 1909 is het gebouw gebracht in de toestand, zoals het heden ten dage nog steeds is. Op de voorgevel is een beeltenis te zien van Prins Maurits –geen onbekende in deze omstreken- en ook Vrouwe Justitia staat er te prijken. Op de top van de gevel staat vastgehouden door een leeuw, het wapen Graft, een koe met een boom. Op de zijgevel staat een vissersloep, een herinnering aan de haringvangst en walvisvaart, waar beide dorpen Graft en De Rijp zo welvarend door zijn geworden.

Sinds 1970 zijn de twee gemeenten weer samengevoegd tot één gemeente onder de naam Graft-De Rijp en sinds toen is de strijdbijl min of meer begraven.
 

Bronvermelding:

  • Deze bijdrage is tot stand gekomen met medewerking van de  Oudheidkundige Vereniging 'het Schermereiland’
    • Website van De Gemeente Alkmaar; hier kunt u ook terecht voor al uw ‚Burger- en/of Gemeente-Zaken’
    • Wikipedia



🇳🇱  © JOIR Design - 2006 - 2017  |  Links  |  Downloads  |  Contact  |  Site Map  |  Disclaimer  |  Privacy  | Licentierechten  🇳🇱