>

Boerderijen / Stolpen

Previous



De meeste stolpen in de Schermer bevinden zich in het landelijk gebied. De stolpen in de Schermer zijn vanwege hun karakteristieke vorm van grote waarde voor het cultuurhistorisch erfgoed. Behoud van deze gebouwen is dan ook van groot belang. 

In het bestemmingsplan Landelijk gebied 2003 zijn mogelijkheden gecreëerd om bij te dragen aan het behoud van de stolpen, die ook voor de stolpen in de kernen kunnen worden ingezet.

Het gaat daarbij om het kunnen splitsen van een stolp in meerdere woningen. Voor andere functies, zoals bedrijven, voorzieningen, etc. is het noodzakelijk en gewenst om van geval tot geval een afweging te kunnen maken. 


Het Onstaan van de Stolp

De bouw van stolpboerderijen is ongeveer vanaf 1600 ontstaan om de regen en wind te trotseren.

De middeleeuwse boerderijen waren langwerpig: Vooraan het woongedeelte, daarachter de stal en daarachter de hooiberg.

Om het hooi te beschermen tegen regen en wind werd de hooiberg aan de zijkanten dichtgetimmerd. Uitbreidingen van de boerderij werden tegen de hooiberg aangebouwd, waardoor de hooiberg steeds meer het centrum van de boerderij werd en langzaamaan ontstond de stolpboerderij. Naarmate de boerenbedrijfjes zich ontwikkelden, werden de stolpboerderijen groter en hoger.

De bouw van stolpboerderijen werd onder andere toegepast in de nieuwe droogmakerijen Beemster, Purmer en Schermer. Tussen 1840 en 1880 ging het erg goed in de agrarische sector en werd er een groot aantal stolpboerderijen bijgebouwd.

Net als de West-Friese stolpboerderijen hebben ook de stolpboerderijen in de Noord-Hollandse droogmakerijen (Schermer, Beemster, etcetera) vaak een monumentale gevel. Deze boerderijen (vooral de Beemster) zijn vaak uiterst rijk uitgevoerd en werden gefinancierd door de draagkrachtige stedelijk elite van de Hollandse steden. De financier had in zo'n boerderij vaak een opkamer tot zijn beschikking als buitenverblijf.

Omdat de stolp niet geschikt is voor een modern agrarisch bedrijf, worden veel stolpen  verbouwd tot woonboerderij. Veel van de nog ongeveer 1000 overgebleven stolpen staan op de monumentenlijst.

Constructie

Een stolpboerderij bestaat uit een vierkante constructie van houten balken of scheepsmasten waarop het dak rust. Deze ruimte werd gebruikt om hooi op te slaan. De ruimte daaromheen werd gebruikt als woongedeelte, stal, wagenschuur en werktuigenberging. De zijwanden werden in het begin gemaakt van hout, net als de meeste huizen in de Zaanstreek en het Waterland. Er was veel hout voorradig door de houthandel met het Oostzeegebied, en hout rot niet in het drassige landschap.

Later werden de wanden ook van steen gemaakt. De zijwanden hebben geen dragende functie. Het dak is gemaakt van riet, soms met kunstig uitgesneden patronen. Ook het riet was volop voorradig, het weegt niet veel, het heeft een relatief glad oppervlak, waardoor het stormvast is en het is waterdicht, waarbij het wel uitwasemt.

Het woongedeelte ligt aan de zuidkant, met de bedsteden aan de kant van het hooi. Het hooi en het rieten dak werken isolerend. Ook de koeien en paarden geven veel warmte af. In de zomer als de dieren buiten lopen, werd een gedeelte van de stal vaak ingericht als woongedeelte; de zogenaamde zomerstal.

Boven het woongedeelte werd vaak een gedeelte van het rieten dak weggelaten, met rechte of gebogen begrenzingen. Hier was het brandgevaar groter en het riet was niet noodzakelijk voor de uitwaseming van het vee. Het vrijgekomen gedeelte werd met blauwzwart geglazuurde dakpannen bedekt. Dit levert vaak fraaie dakspiegels op. Sommige stolpboerderijen hebben een klok- of trapgevel.

De bedstede

Een bedstede of bedstee is een bed, ingebouwd in een muurkast. Bedsteden werden tot in de 19de eeuw veel gebruikt, vooral op het platteland in boerderijen.

Een van de voordelen van een bedstede was dat hij in de woonkamer kon worden ingebouwd, terwijl hij overdag door de afgesloten deuren toch onzichtbaar was. Een aparte slaapkamer was daardoor overbodig. Een ander voordeel was dat een bedstede in de winter, doordat het een vrij kleine ruimte was (de kast was niet groter dan het bed zelf), door de lichaamswarmte van de slapers makkelijk opgewarmd kon worden. Hierdoor hoefde er niet gestookt te worden om toch redelijk geriefelijk te kunnen slapen.

Het rieten dak

Een rieten dak wordt gemaakt van één jaar oud riet. Overjarig riet is hiervoor niet geschikt. Na verloop van tijd verweert het bovenste riet en komen er algen op. Worden deze niet bestreden dan gaat er ook mos op groeien, dat met de hand moet worden verwijderd. Hierna moet het riet weer worden aangeklopt. Wordt het mos niet verwijderd dan heeft dit een sterk negatieve invloed op de levensduur van het dak. Een probleem bij een rieten dak, vooral als het wat ouder is, zijn vogels die het riet bij de nok lostrekken. Daarom wordt er soms gaas bovenaan het dak gespannen.

Riet wordt al heel lang als dakbedekking gebruikt. Was het vroeger naast stro en heideplaggen de goedkoopste dakbedekking, tegenwoordig wordt het alleen nog toegepast bij sommige exclusieve huizen. Daarnaast vindt vervanging van versleten rieten dakbedekking van oude bouwwerken, vaak boerenwoningen of molens, plaats.

Oude daken bestaan soms gedeeltelijk uit riet en gedeeltelijk uit dakpannen. Hoe meer dakpannen des te rijker waren de bewoners.

De eigenschappen van riet

Riet weegt circa 130 kilogram per kubieke meter, zodat een rieten dak van 30 cm dikte ongeveer 45 kg per m 2 weegt.

De warmtegeleidingscoëfficient: 0,20 W/mK.

Het diffusieweerstandsgetal: 3.

Brandgevaar

Vanwege het grotere brandgevaar is een brandverzekering van panden met een zogenaamd open rieten dak kostbaar. Bij riet op een gesloten of schroefdak is de premie echter vergelijkbaar met een pannendak. Ook kan het rieten dak geïmpregneerd worden met een brandvertragend middel. Verder zijn er brandpreventie-installaties verkrijgbaar, die bij gevaar het dak nathouden.

Kwaliteit

Niet al het riet is even geschikt. Het kwalitatief beste riet komt uit Nederland en heeft een stengeldiameter van 5 tot 8 mm. Bij deze dikte 'ademt' het meer en slaat het minder gauw dicht. Fijner riet geeft echter een mooier resultaat en wordt daarom veel gebruikt. Vooral de kop van Overijssel produceert veel dakriet. Daarnaast komt er riet uit Friesland (de Makkumerwaard), Noord Holland, Stellendam, Nieuwkoopse plassen en de grote rivieren. Ook Hongarije, Oostenrijk, Roemenië, Turkije en Polen leveren riet. Van het gebruikte riet is 25% afkomstig uit Nederland.

Het riet moet ontdaan zijn van de bladeren.

Een goed dak moet tenminste 25 jaar meegaan, maar daken van 40 jaar oud zijn geen uitzondering.

Het dak moet voldoende afschot hebben en de rietbedekking voldoende dikte, 28 tot 30 cm, om geen water door te laten. Het dak moet minimaal een hoek van 30 graden hebben en een minimale lengte van ongeveer 2,5 meter. De levensduur van een rieten dak is mede afhankelijk van de hellingshoek. Deze is bij 25 graden tot 15 jaar, 30 graden 10-20 jaar, 45 graden 25-45 jaar en 50 graden 35 jaar en langer. Een vlakke helling wordt bijvoorbeeld bij dakkapellen toegepast.

Dakdekken

Dakdekken is een gespecialiseerd beroep.

De huidige dakdekkers doen niets anders, maar vroeger werd het door slagers erbij gedaan, omdat er niet het hele jaar werk was.

Op het dak worden eerst panlatten aangebracht. Daarover wordt een laag riet gespreid, waarna van onderaan het dak wordt begonnen met het leggen van de bossen riet, die vervolgens met gegalvaniseerde staaldraden en roestvaste binddraden worden vastgemaakt. Voor het vastmaken aan de panlatten wordt een grote kromme naald gebruikt, waarmee het ijzerdraad om een panlat gestoken kan worden. Het riet op het dak wordt vervolgens met een klopper netjes gelijk gemaakt. De punt van het dak wordt bedekt met half ronde nokpannen of vorstpannen, die met metselspecie worden vastgezet.

Ook is het mogelijk om het riet op platen vast te schroeven, waardoor het riet aan de binnenkant is afgedekt. Hierdoor is het minder brandgevaarlijk en geeft het minder tocht en stof. Dit heet een gesloten dak of schroefdak.

Voor houvast op het rieten dak maakt de rietdekker gebruik van rietstoelen en dwarsbalken. De rietstoel heeft pinnen waardoor deze op het riet vastligt. De balken worden ook met ijzeren pinnen tijdelijk vastgezet.

Bronvermelding: Wikipedia 


BOERDERIJEN IN DE SCHERMER

Dubbele singels

Het bijzondere van de stolpen in de Schermer is de aanwezigheid van de dubbele singels die nog altijd een tiental stolpen vooral aan Zuidervaart en Lange Molenweg de allure van een buiten-plaats geeft. Het boerenerf en de ‘laaning’ is bij die stolpen rijk begroeid met vooral kastanje-bomen en wilgen. In het voorjaar is het erf bespikkeld met duizenden sneeuwklokjes. Bovendien bezit Zuidschermer ook nog een bijzondere stolpkerk uit de 17e eeuw. De Rijp en Graft tellen een aantal vaarboerderijen midden in het dorp. Door de ligging aan de Eilandspolder met zijn vele sloten waren de boeren aangewezen op vervoer van vee en hooi per praam. Dat was ook in de Graftdijken het geval waar een flink aantal stolpen, net als in de Starnmeer, aan het Noord-Hollands Kanaal is gesitueerd.

Prachtstolpen

Er zijn fraaie exemplaren van boeren-bouwkunst bij gekregen. Zoals ‘De 12 apostelen’, de oudste stolp van de Schermer (1641) met zijn kenmerkende Vlaamse gevel en het statige landgoed ‘Het Bosch’, ook uit de periode van de drooglegging. De herenboerderij Wittenburg, gebouwd door de Alkmaarse bierbrouwer Witte, die diende als gemeentehuis van de Schermer is nu opnieuw Alkmaars bezit. Bovendien biedt Schermer een aantal bijzondere, historische langhuis-stolpen en kapbergen in de veendorpen Grootschermer en Driehuizen. De droogmakerij ontkwam niet aan de magere periode van de 18e eeuwse veepest maar de boerenwelvaart van de late 19e eeuw leverde een hele serie prachtstolpen op waarvan de mooie bouwdetails, hekken en poorten nog steeds de vroegere rijkdom etaleren.

Rijk bezit

Het rijk bezit van zoveel voorbeelden van de karakteristieke stolpboerderij legt op de gemeente een niet geringe verantwoordelijkheid. Voor de agrarische bedrijvigheid is de stolp niet meer geschikt en vele stolpen zijn in gebruik als woonboerderij. Meer dan 90 procent van de stolpen in het gebied bezitten geen beschermende status (Schermer bijvoorbeeld kende nog geen gemeentelijke monumenten). Hoewel de aandacht en betrokkenheid van de stolpbewoners voor het behoud van dit waardevol erfgoed groot is te noemen is het evident dat het beleid tot behoud alle aandacht verdient. Voorlichting en advies zijn sowieso instrumenten om de stolp ‘in stand’ te houden. De Boerderijenstichting Noord-Holland ‘Vrienden van de stolp’ heeft hierbij al langere tijd het voortouw genomen. “De unieke stolpboerderij is het waard volop aandacht te krijgen, als pronkjuweel en visitekaartje van de stad Alkmaar met zijn nieuwe ommelanden. 

Bronvermelding: RODI Nieuws uit de Regio

🇳🇱  © JOIR Design - 2006 - 2017  |  Links  |  Downloads  |  Contact  |  Site Map  |  Disclaimer  |  Privacy  | Licentierechten  🇳🇱