>

Meten is weten



Johannes Dou maakte in opdracht van Uitwaterende Sluizen in 1680 een kaart van Noord-Holland.

Op deze kaart is de verkaveling van de droogmakerijen nauwkeurig ingetekend.

Hoewel iedere droogmakerij een eigen patroon oplevert valt dat van De Beemster door de blokvorm wel bijzonder op.

 

Kaart van J. Dou

Wat ook opvalt is dat bij de inrichting van de polder er niets aan het toeval is overgelaten. Kavels, sloten en wegenzijn als rasters over elkaar heen gelegd. Nauwkeurig uitgemeten. De landmeter is aan het werk is geweest. Het is zo duidelijk dat je dat ook ziet als je door de polder fietst. De rechte wegen waarop je voortdurend de horizon tegemoet fietst. De bomen erlangs die je het perspectief van het landschap nog eens extra laten zien. De haakse bocht die je moet maken als je bij een weg af moet slaan of als je een erf op rijdt. En vervolgens de dorpen die langs de as van de weg liggen en niet zomaar ergens als een kluitje in het landschap. En als je goed kijkt passen de stolpboerderijen in dit patroon. Recht toe recht aan. In een vaste verhouding. De kubus. Op een uitgemeten plaats op de kavel. Je ziet dat de architectuur van het landschap terugkomt in de architectuur van de stolp, van het erf en van het hof of de tuin.

De landmeter was dan ook van het begin tot het eind van het droogmakerijproject een heel belangrijk man. Hij reisde met zijn leerling, knecht of kettingdrager met beurtschepen en wagenvoerders naar alle uithoeken van het gebied. Voor het plannen van de droogmakingwerkzaamheden was het noodzakelijk dat het meer werd opgemeten en in kaart gebracht. Niet alleen de oppervlakte maar ook de diepte werd gemeten. Het meest betrouwbaar was de aloude methode van het opmeten met de meetketting. Maar daarvoor moest hij zich wel kunnen verplaatsen over het op te meten oppervlak. Wat te doen bij een wateroppervlakte? De meest eenvoudige oplossing hiervoor was te wachten tot het stevig vroor. De Beemster bijvoorbeeld werd door vijf landmeters over het ijs gemeten.

In de instructie aan de landmeter staat dat er een kaart van de Beemster gemaakt moet worden "op roeden* en voeten* nauwkeurig". Verder staat er dat "alle gaten, vaarten, sloten en tochten die op het meer uitkomen op de kaart moeten staan, evenals de dorpen en steden in de buurt. Natuurlijk dienen breedte en diepte van deze wateren gemeten en gepeild te worden. Zij moeten immers worden gedicht. Dan volgt nog het belangrijke punt van de uitwatering. Moeten er nieuwe afwateringskanalen gegraven worden? En waar kunnen de molens het beste staan? Hoe diep is het meer? De landmeter moet ook de exacte omtrek van het meer meten. Voor het maken van een dijk en een ringsloot is het bovendien dienstig bestaande kadijken en buitendijkse landen op de kaart te zetten, om te zien of er gebruik van kan worden gemaakt voor het tracé van de nieuwe ringdijk. Natuurlijk moeten al die gronden vooral ook heel nauwkeurig opgemeten worden omdat ze van de eigenaren aangekocht moeten worden". [Perfect Gemeten blz 57/58]

Maar wat te doen als er geen ijs kwam? Dan paste men de methode van de voorwaartse snijding, die aan het einde van de 16e eeuw heel gangbaar was geworden, toe. Een methode waarmee hoofdzakelijk hoeken worden gemeten. Hier komt zijn kennis van de wiskunde goed van pas. Bij de voorwaartse snijding hoeft alleen de afstand tussen gemarkeerde punten A en B gemeten te worden. Met behulp van een hoekmeetinstrument, de hollandse cirkel, meet je de hoeken naar het punt C, een kerktoren of iets dergelijks. Met de gegeven hoeken is ook de derde hoek C bekend, want de som van de hoeken van een driehoek bedraagt 180 graden. Vervolgens kunnen ook de twee andere zijden A-C en B-C van de driehoek berekend worden.

Voorbeeld van een toepassing van de voorwaartse snijding. De afstand b-c aan de ene kant van het water wordt gemeten, de hoeken b en c naar de boom aan de andere kant van het water worden met een hoekmeetinstrument gemeten. De overige afstanden van de driehoek kunnen eenvoudig berekend worden.

 

Landmeters verdeelden onregelmatig   

gevormde stukken land in meetkundige

figuren, waarvan het oppervlak

gemakkelijk te berekenen was.


Bronvermelding :  stedelijk museum Alkmaar


🇳🇱  © JOIR Design - 2006 - 2017  |  Links  |  Downloads  |  Contact  |  Site Map  |  Disclaimer  |  Privacy  | Licentierechten  🇳🇱