>

Geologie Poldergebied



Over dijken, dammen, wouden, veen, broekland, kaag, water en nog meer

image-6image-5


Strandwallen en veenkussens

In de vroege middeleeuwen rond 800 zag ons land er heel anders uit dan nu. Alleen de duinenrij, de strandwallen, langs de kust en de oeverwallen langs riviertjes konden goed bewoond worden omdat die hoog en droog waren. Op de lagere strandwallen ontstonden dan ook al heel vroeg nederzettingen.

Toen de mensen zich op de duingronden vestigden maakten ze het gebied geschikt voor bewoning door geboomte te kappen en gronden te vlak te maken. Op de zandgrond hadden ze hun akkers en op het drassige land die hier naast lag en broekland genoemd wordt kon het vee geweid worden. Ook kon hier wat groente verbouwd worden maar daarvoor moesten wel maatregelen genomen worden om het droger te maken. Zo’n laaggelegen bewoonde duingrond noemen we een geest.

Achter de strandwallen lagen grote hoge veenkussens. Op sommige plaatsen waren ze hoger dan 4m boven N.A.P. Dat veen was natuurlijk niet overal even hoog. Regenwater stroomde naar lagere gebieden en zo ontstonden er stroompjes en meertjes. Zo waterde het westelijk deel van het Beemster hoogveen dat tot aan Zaandam liep, af via de veenstroompjes Bamestra, Scimere, Stierop en Wormer naar de grote Dije. Deze veenrivier liep achter de duinen van zuid naar noord om ter hoogte van Egmond in de zee te stromen. Het oostelijk deel van het Beemster hoogveen ontwaterde via veenstroompjes als Ilp, Purmer en Ee. Deze stroompjes liepen in oostelijke richting naar wat nu het IJsselmeer is.

Op het veen kon je niet wonen omdat het drassig en nat en daardoor slap was. Je kon er ook niets op verbouwen. Maar je kon dat wel op de oevers van de veenrivieren omdat die door een betere ontwatering stevig genoeg waren. Op veen dat hoger lag groeide geen bomen en struiken. Lag het veen lager en was het natter en voedselrijker dan was het met bossen, begroeid. Deze veenwouden zijn weliswaar verdwenen maar in de plaatsnamen vind je ze nog terug… ..

De spa in de grond

Vanaf de achtste eeuw zijn de mensen begonnen om vanuit de hogere zandgronden en de oeverwallen het veen bewoonbaar te maken door sloten te graven.

De sloten voerden het water af en daardoor ontstond droge grond waarop gewoond kon worden. Vervolgens werd het veen vanaf een riviertje of een weg in stroken verdeeld en zo ontstond een ontginning. Hier in het noordelijk gebied van Nederland deden ze dit vanuit de boeren-samenlevingskernen.  De naamgeving van de nieuwe kolonisten-dorpen geeft vaak een aanwijzing voor de wijze van ontginning.  Nieuwe nederzettingen zijn vaak genoemd naar dorpen op het oude land van waaruit de ontginning begonnen is.

Zoals Schoorl zijn naam gaf aan Scharwoude, zo hebben meerdere plaatsen het achtervoegsel ‘wold’ of ‘woude’. Nu weet je hoe de plaatsnamen de toevoegingen veen, woud of broek bij hun naam hebben gekregen.

Veen (Toelichting)

Door de zuurstof in de lucht en door de werking van bacteriën en andere organismen wordt plantenmateriaal over het algemeen snel afgebroken.

Hoe hoger de temperatuur, en hoe droger de omgeving, des te sneller gaat de afbraak. In natte en ochtige milieus wordt de afbraak daarentegen geremd en ontstaat een opeenhoping van plantaardig materiaal. Een dergelijk opeenhoping van voor een deel verteerde plantaardige stoffen, noemt men 'veen'. Veel veen is ontstaan uit veenmos. Veenmos groeit in pollen. Als een pol ten opzichte van zijn omgeving een zekere hoogte heeft bereikt, houdt de groei op. Op vochtige plekken, tussen een aantal oude pollen, ontwikkelen zich vervolgens weer nieuwe. Onder gunstige omstandigheden kunnen zich zo dikke veenpakketten vormen.

Problemen

Ontwatering van veen leidt niet alleen tot verdroging van de bovenlaag waarbij het veen zijn vermogen verliest om nog langerwater op te nemen. 

Er vindt ook een verstoring plaats in de ondergrond. Door de verlaging van het waterpeil is de opwaartse druk van het grondwater niet meer in evenwicht met het gewicht van het daarop rustende veenpakket. 

Als gevolg daarvan daalt het maaiveld langzaam. 

En dan komt daarbij nog een ander probleem. Wanneer veen niet meer nat is komt het direct in aanraking met zuurstof. Door de chemische verbinding oxideert het veen en lost het op in de lucht. Het veen verdwijnt dus. Deze twee processen tezamen zorgen er dus voor dat het maaiveld van drooggemaakte veengrond per jaar gemiddeld zo’n 2 centimeter daalt!

Op die manier kwam het veengebied na verloop van tijd steeds lager te liggen. Het land werd natter. Daardoor was akkerbouw niet meer mogelijk en werd het weiland.

De eigenaren van dat laag gelegen land beschermden zich tegen het buitenwater door kaden aan te leggen. Om hun overtollige water kwijt te raken maakten ze eenvoudige sluisjes. De ontginning was nu een polder geworden. Maar het maaiveld daalde verder en het ontginningsgebied kwam zo laag te liggen dat het buitenwater een bedreiging werd voor de bewoners van dit lage gebied. Alleen door het aanleggen van nieuwe of het ophogen van de bestaande dijken was men in staat het hoge buitenwater te keren. Waar men niet besloot tot dijkaanleg of naliet de dijken tijdig te verzwaren ging het ontgonnen gebied weer verloren.

Het water komt…

Het kon ook gebeuren dat grote stormvloeden zorgden voor doorbraken in de strandwallenkust. Omstreeks 900 kreeg zo de rivier de Rekere in de omgeving van de Zijpe een directe verbinding met de Noordzee. Hogere vloedstanden waren het gevolg. Om zich te beschermen tegen het hoogoplopende vloedwater werden daarom na verloop van tijd te in de omgeving van Schagen kunstmatige heuvels ,terpen, opgeworpen die als woonplaatsen dienden.

Door stormvloeden in de 11e en 12e eeuw raakte het strandwallenlandschap in de kop van Noord-Holland verder verbrokkeld. Grote delen van het vroeg ontgonnen gebied tussen Texel en Wieringen verdwenen in zee. Verder landinwaarts werd echter ijverig doorgewerkt aan het ontginnen en koloniseren van nieuwe delen van de uitgestrekte veengebieden. Maar uiteindelijk kwam het zeewater in contact met het toen nog zoete Almere. Een meer in het hart van Nederland veranderde geleidelijk in een binnenzee die met zijn getijde bewegingen via de riviertjes heel wat veen liet verdwijnen. De riviertjes werden rivieren. De rivieren werden plassen. De oppervlakten water werden steeds groter. Veelal ten koste van de ontginningen. Het werden grote meren die in open verbinding stonden met de zee. De ‘waterwolf’ sloeg hard toe! Steeds meer ontginningen dreigden opgeslokt te worden door het woeste water.

Daliegaten

Het oostelijk deel van de Beemster was vóór 1200 veenland met sloten. 

Hoe weten we dat? Op een luchtfoto kun je heel duidelijk rijen daliegaten waarnemen.

Daliegaten zijn putten die ontstaan zijn doordat boeren in de ontginningen diep in de sloten baggerden om onder de veenbodem de kalkrijke zavel- en klei vandaan te halen. Dit gebruikten ze om er ‘toemaak’ van te maken, door het te vermengen met koemest, en over hun akkers te verspreiden om zo de kwaliteit van de grond te verbeteren. Die putten vulden zich op met veen. Toen het veen verloren ging en de klei aan de oppervlakte kwam zijn die daliegaten als veenputten achtergebleven.

Daliegaten zijn in de winter goed te herkennen. Sneeuw blijft langer liggen op veen dan op klei!  De rijen putten lopen in het verlengde van de sloten van het langs de Beemster gespaard gebleven veenland. En zo zien wij met het blote oog de praktijk van het baggeren van boeren die, zo’n 1000 jaar geleden, op de veengrond vlas, gerst en rogge verbouwden.

De maatregelen: dijken

Ter beteugeling van de toenemende invloed van de zee werd in Geestmerambacht een begin gemaakt met de aanleg van wat later de Westfriese omringdijk zou worden. De eerste aanzetten tot deze omringdijk vonden waarschijnlijk plaats op initiatief van de plaatselijke gemeenschappen. Voor de bouw van een gesloten dijkring was echter samenwerking nodig tussen verschillende dorpen. Er moesten namelijk afspraken worden gemaakt over ligging, hoogte en wijze van onderhoud van de op elkaar aansluitende dijkvakken. Kennelijk was men het daarover wel eens. Want men denkt dat de omdijkingen van West Friesland, de Zeevang en de Zaanstreek omstreeks het jaar 1250 al bestonden. Waar dergelijke dijkringen oude waterlopen kruisten, moesten dammen worden aangelegd om het opdringerige zeewater tegen te houden. Zo ontstonden nederzettingen als Ilpendam, Uitdam en Nieuwendam.

De waterhuishouding van een gebied verbeterde sterk door de vorming van polders en de aanleg van dijkringen. Toen het Schermereiland in 1357 toestemming kreeg om hun gebied te bedijken ontstond kort daarop de Eilandspolder. De ontwatering verbeterde daardoor zozeer dat de boeren er tegen het einde van de veertiende eeuw nog graan konden verbouwen. Maar ook hier trad de bodemdaling op en werden de akkers omgezet in weiland.

Noord Holland boven het IJ dat ook wel het Noorderkwartier genoemd wordt, bestond aan het einde van de dertiende eeuw in feite uit een verzameling losse bedijkte (veen)eilanden, die van elkaar werden gescheiden door grote oppervlakten water en brede zeearmen die in het westen werden beschermd door de duinkust van Kennemerland. Buiten deze dijkringen lagen soms nog uitgestrekte stukken land die veelal met de naam ‘koog’ werden aangeduid. Ook dit land werd ingedijkt.

Dammen

Omdat de binnenlandse meren nog steeds in open verbinding met de Zuiderzee stonden hielden de veenpolders last van bedreigende hoge waterstanden. Bij vloed en bij storm bleven woedende watermassa’s steeds meer land verzwelgen.. Om aan dit gevaar het hoofd te kunnen bieden, is men in de 2e helft van de 13e eeuw begonnen met het afsluiten van de verschillende zeegaten: de Rekere met de Krabbendam, de Krommenie –kromme ee - met de Nieuwendam, de verbindingen tussen de zee en de Purmer en de Beemster met de Edam en de Schardam. Tenslotte legden de monniken van het klooster Gallilea in het begin van de 15e eeuw de Monnickendam waardoor de Purmer Ee afgesloten werd. Maar de waterdreiging bleef. Pas met het droogleggen van de meren in de 16e en 17e eeuw werd de "waterwolf" uiteindelijk getemd.


 Bronvermelding  : Stedelijk museum Alkmaar


🇳🇱  © JOIR Design - 2006 - 2017  |  Links  |  Downloads  |  Contact  |  Site Map  |  Disclaimer  |  Privacy  | Licentierechten  🇳🇱